Hoofdstuk 3
NORA
Trots komt voor de vernietiging,
en hoogmoed voor de val.
Spreuken 16:18
Voordat ze haar nieuwe vrienden leerde kennen, had Nora haar privéleven goed op orde. Ze pakte het net zo aan als haar werk; door onderzoek te voeren, dingen te categoriseren en schema’s op te stellen. Wat is de rating van deze voorstelling, zijn de reviews goed genoeg? Spelen er bekende acteurs in mee? Goed, toegevoegd aan het lijstje. Gezelschap zocht ze niet. Ze zag hoe de andere vrouwen van haar leeftijd zich steeds in groepjes verplaatsten, als een kudde wilde zwijnen op zoek naar voedsel; mannen, genot, ervaringen. Het kostte haar te veel moeite om steeds rekening te houden met de kuren en verwachtingen van anderen; op die manier groeide haar privéleven uit tot een verlenging van haar werk. De Bulgaarse combineerde steeds haar zakenreizen met culturele evenementen; tentoonstellingen, concerten en andere spektakels. Deze ‘rijkdom’, hoe ze het zelf noemde, deed haar goed. Ze ging een paar keren op retraite. Daar beloofden de organisatoren haar ‘transformerende ervaringen’ en ‘innerlijke reizen en ‘het versturen van haar wensen naar het heelal’.
Nadat ze haar geboorte symbolisch had nagespeeld en vervolgens had gehuild terwijl ze als een onhandig kind over de grond kroop, begreep ze waarom er geen mannen in de groep zaten. Geen enkele normale man zou op zijn rug liggen en met zijn voetjes in de lucht trappen in de hoop knus ingebakerd te worden. En dan was er nog iets waar ze zich aan ergerde; wellicht bestond er een of andere ongeschreven regel die stelt dat wanneer vrouwen samenkomen voor een retraite, ze zichzelf niet meer moeten verzorgen: ze wassen hun haar niet, dragen geen beha, verwijderen hun make-up ’s avonds niet of dragen er gewoon helemaal geen, ze dragen wijde katoenen broeken die bij de knieën slobberen, en beginnen opnieuw met roken nadat ze gestopt waren. Diezelfde losbandigheid merkte je ook in hun woorden. De dames, die in het echte leven keurige moeders, echtgenotes en professionele zakenvrouwen waren, verloren alle schroom zodra ze hun zonden met de groep moesten delen. Tijdens een van die retraites in de Rhodopen beloofden de deelneemsters om tegen niemand te praten, behalve de groepsleider — een vrouw van onduidelijke leeftijd, misschien al boven de zeventig, met lang, wit haar, witte kleren en witte schoenen. ‘Ze lijkt op een gezicht dat je in reclame voor wasmiddel zou zien’, dacht Nora terwijl ze haar bestudeerde. ‘Als ik nog bij een reclamebureau zou werken, zou ik een tv-spotje met haar maken. Welke marketingmanager zou het willen missen om te zien hoe zijn grootmoeder de was doet?’ De hele groep aanbad de vrouw in het wit — ze wilden bij haar in de smaak vallen, en logen zelfs wanneer ze hun zonden moesten opbiechten; ze overdreven ze en smukten ze zelfs hier en daar wat op. ‘Ik ben niet goed genoeg als moeder, ik vind mijn carrière belangrijker dan de zorg van mijn kinderen’, ‘ik bedrieg mijn man’, ‘ik heb mijn vader in een verpleeghuis achtergelaten en heb hem tot aan zijn dood niet meer bezocht’ — hoe zwaarder de misstap, hoe groter de kans dat ze de aandacht van de vrouw met het witte haar zouden trekken. Terwijl ze in een kring op de vloer tussen hen in zat, luisterde Nora zwijgend naar de bekentenissen. Toen ze aan de beurt was, richtte ze haar donkere blik op de helderblauwe ogen van de begeleidster en zei: ‘Ik gebruik drugs. Als ik dat niet doe, houd ik het niet uit.’
Enkele uren na de groepssessie klopte een van de assistentes — een jonge vrouw met strak, naar achteren gekamd haar, eveneens in het wit gekleed — op de deur van Nora’s kamer en vroeg haar om het centrum nog diezelfde avond te verlaten. ‘We zullen u het volledige bedrag terugbetalen, maar u kan hier niet blijven. In de voorwaarden van het contract dat u getekend hebt, staat een clausule die het gebruik van alcohol en narcotica verbiedt.’ Nora zei niets. Ze had deze afloop verwacht, en had er zelfs naar verlangd. ‘Kom, laat ons eens zien, jullie dwalende zondaars, wie er het meest onherstelbaar is — ik of jullie?’ Misschien nam ze de pillen omdat ze het fijn vond om elke strijd te winnen, of misschien kon ze gewoon echt niet zonder haar medicatie. Ze hield het metalen doosje altijd bij zich. Ze opende het al bij de koffie ’s ochtends. De Adderall-pillen redden haar van de voortdurende vermoeidheid, hielden haar in topvorm tijdens de vergaderingen die zich zonder pauze aan elkaar regen en zorgden ervoor dat ze steeds tijdig alle informatie kon vinden die ze nodig had. Haar werk bestond uit voortdurende beoordelingen, voorspellingen en moeilijke beslissingen. Ze kon zich geen fouten veroorloven. Tientallen ogen, steeds op haar gericht, verwachtten zowel haar succes als haar falen. Ze had aanhangers, maar ook tegenstanders. Bij de lunch nam ze haar tweede dosis, en ’s avonds, wanneer haar hart in haar borst bonsde en haar handen trilden, nam Nora de kalmeringsmiddelen waarmee haar adrenaline begon af te nemen, om de volgende dag weer aan te zwellen.
Al die ‘kleine soldaatjes’, zoals ze haar antidepressiva noemde, maakten haar leven draaglijk. Een foutje in haar dosering was de oorzaak van haar flauwte in Berlijn. Ze had haar kaartje een maand eerder gekocht. Haar chauffeur, een beleefde jongeman die aan het conservatorium had gestudeerd maar geen muzikale carrière kon opbouwen, draaide tijdens het rijden regelmatig liedjes van de popster Verda. Op een avond, toen ze terugkwamen van een fabriek voor voedingssupplementen, vertelde hij haar dat de popster binnenkort op een Europese tournee zou gaan. Zodra ze na een shift van tien uur thuiskwam, kocht Nora via internet een kaartje. Ze koos voor het concert in Berlijn; de datum viel samen met een geplande zakenreis naar het hoofdkantoor.
Op de dag van het concert vloog ze al vroeg in de ochtend vanuit Sofia. Vanaf de luchthaven Berlin-Tegel ging ze rechtstreeks naar het kantoor dat in de buurt van de Alexanderplatz lag. De werkdag was bezet met spannende presentaties en discussies. Ze kon niet wachten tot de dag voorbij was, zodat ze terug naar het hotel kon en haar kleding die, ondanks de parfum, naar kerosine en luchthavens rook, kon uittrekken. Ze wilde snel ergens iets gaan eten. Tijdens de laatste vergadering had ze een discussie met een collega — een man met patriarchale ideeën en te veel testosteron, die meent dat vrouwen in het bedrijfsleven het beste presteren wanneer ze koffie serveren. Nora voelde zijn minachting telkens wanneer ze elkaar bij de deur tegenkwamen en hij zijn pas versnelde en haar bijna wegduwde; in de grove onderbrekingen, en de openlijke weerzin tegen wat ze te zeggen had.
Aan het einde van de vergadering van die dag sprong haar collega op, siste iets beledigends in zijn moedertaal, waarvan Nora niet liet merken dat ze het begreep. De man gooide de pen waarmee hij eerder op de tafel had getikt opzij en verliet de vergaderzaal. ‘Deze keer dien ik een klacht in tegen hem omdat hij de bedrijfsregels breekt’, dreigde ze. Nora verliet het kantoor met trillende knieën en verkleumde vingers. Ze keek op haar horloge — het concert zou al over een uur beginnen. Ze zou de kerosine- en luchthavengeur niet van zich af kunnen schudden, dus nam ze meteen een taxi naar een bistro in de buurt van de concertzaal. Daar bestelde ze een salade die ze nauwelijks aanraakte, en dronk een martini waarmee ze haar avonddosis ‘soldaatjes’ slikte. Ze voelde een haar bekende duizeligheid en merkte hoe haar hartslag tot rust kwam. Ze keek op haar horloge — het was tijd om te gaan. Ze ging snel even naar het toilet om haar make-up bij te werken. Zorgvuldig bracht ze eyeliner en donkere lippenstift aan. Ze was klaar voor het beste deel van de dag.
In de loge werd ze door een ober ontvangen. Nora bestelde een tweede martini. Ze had niet gezien wanneer de anderen waren gekomen. Ze merkte zelfs niet dat de muzikanten zich klaarmaakten voor de komst van Verda. Vlak voordat ze het bewustzijn verloor, herinnerde ze zich dat ze tijdens de taxirit nog een dosis antidepressiva zonder water had ingenomen. Die avond vielen de ‘soldaatjes’ bij haar binnen met een volledig leger.
Toen ze weer bij bewustzijn kwam, zag ze naast de zwarte arts die over haar heen gebogen stond, ook een aantal onbekenden die druk bezig waren. Een van hen — een fors bebaarde man — hield haar hand vast. Ze stond onzeker op en hij hielp haar in een stoel te gaan zitten. De muziek deed de zaal bonzen en ze kon niet uitmaken wat de arts en de tengere, blonde man tegen elkaar zeiden. Wellicht ging het over haar toestand. Haar hoofd deed pijn. Ze raakte haar voorhoofd aan en er bleef wat bloed aan haar vingers kleven. De blonde man keek haar een paar keer schuin aan. Mensen zoals hij zag Nora elke dag — ze kon ze herkennen aan hun overtuigde manier van doen, en hoefde zelfs de dwingende toon in hun stemmen niet te horen. Succesvolle, zelfvoldane mannen die dachten dat ze andermans leven konden bepalen. Op zwakke momenten was Nora jaloers op hen. Zelf zou ze nooit over andermans leven kunnen heersen; ze kon al amper haar eigen leven aan. De hele groep in de loge begeleidde haar naar de limousine van een hoge piet en ze reden naar een spoedpost, waar de wond aan haar hoofd werd verbonden. Ze voelde zich pas iets beter toen ze haar bij het hotel afzetten. De man met de baard stapte samen met haar de wagen uit. Nora vroeg of ze even in de bar van de lobby konden gaan zitten. Hij liet haar plaatsnemen op een zachte lederen bank. ‘Ik ben zo terug’, zei de onbekende man en liep naar het einde van de lobby. Nora merkte op dat hij zich ongedwongen door de foyer bewoog. ‘Hij heeft vast geen huis vol kinderen om naartoe te gaan’, dacht Nora. Even later verscheen hij met een kopje thee in de ene hand en een glas whisky in de andere.
‘Het warme drankje is voor jou.’ Hij ging naast haar zitten. ‘Ik ben Johan.’
‘Nora’, mompelde ze en nam een slokje van de thee. ‘Bedankt, Johan.’
De man krabde aan zijn baard en glimlachte.
‘Mijn vader zei altijd dat als als er één drankje is dat alle problemen oplost, het wel thee is.’
‘Je vader had gelijk’, zuchtte Nora. ‘Fysieke en emotionele warmte worden door hetzelfde hersencentrum verwerkt.’
Johan haalde nieuwsgierig zijn wenkbrauwen op en trok een van zijn bretels op over zijn schouder.
‘Hij was er zich wellicht niet van bewust, maar als mijn moeder zich ergens niet goed over voelde, zette hij meteen de theepot op het fornuis.’
Nora keek hem aandachtig aan. ‘Waar kom je vandaan?’
‘Ik ben Zweeds. En jij Bulgaars.”
‘Je hebt me door’, lachte Nora somber.
‘En hier is nog een onthulling…’ Met die woorden haalde hij een metalen doosje uit zijn zak. ‘Ik was niet zeker of ik ze in je tas moest laten terwijl we in het ziekenhuis waren. Eerlijk gezegd wilde ik ze weggooien, maar dan had je wellicht wel nieuwe moeten kopen.’
Zonder iets te zeggen reikte Nora naar het doosje en stopte het weg. Ze zwegen even, waarna ze opstond.
‘Het spijt me dat je het concert vanwege mij hebt gemist.’
‘Geen zorgen’, zei Johan, die de rest van zijn glas in één teug leegdronk, opstond en haar een visitekaartje gaf. ‘Bel me morgenochtend om me te laten weten hoe je je voelt.’
Voordat Nora kon antwoorden, draaide hij zich om en liep hij het hotel uit. Ze kon zich niet herinneren wanneer iemand haar voor het laatst had gevraagd hoe ze zich voelde. ‘Ik voel me afschuwelijk.’
Het vliegtuig naar Sofia vertrok de volgende dag voor de middag. Zodra ze voorbij de paspoortcontrole was, belde ze het nummer op het visitekaartje.
‘Je klinkt al stukken beter’, merkte Johan op. ‘Jammer dat je vandaag al terugreist. Adrian had nog een kleine ontmoeting geregeld in de lobby met Verda en het koppel uit Israël, die ook in de loge aanwezig waren.’
Al vroeg in de ochtend kreeg Nora een telefoontje van de Griek; het was haar onduidelijk hoe hij haar nummer had gevonden. Met opgewekte toon zei hij haar dat hij een uitnodiging zou sturen voor het slotconcert van Verda’s tournee. ‘Een uitstekende kans om elkaar allemaal nog eens te zien in Rome’, verkondigde hij.
‘Hij is nogal eigenwijs, maar bedoelt het goed’, dacht Nora en ze stemde toe. Ze vertelde Johan over Arestides’ idee.
‘Adrian houdt ervan om dat soort dingen te organiseren. Verda en ik zijn bevriend, en ik zal er ook zijn’, vertelde de Zweed.
Nora vroeg niet hoe goed bevriend ze waren, maar na het telefoongesprek, toen ze wachtte tot de gate zou openen, zocht ze Johans naam op internet op; hij bleek een beroemde modefotograaf te zijn. De artikels stelden hem voor als de begeleider van de popster. Op de foto’s stond hij met zijn indrukwekkende lengte achter haar in een menigte, of opende hij de autodeur voor haar. ‘Ze lijken me niet echt een koppel. Nergens raken ze elkaar aan. Hij lijkt eerder haar bodyguard.’ Door de luidsprekers werd aangekondigd dat de gate open was, en ze begaf zich naar de wachtruimte.