2013
Augustus nummer vierentwintig
Een luchtige rok geeft haar altijd een bijzonder rustgevend gevoel.
Voordat ze de straat richting het Stromovka-park afslaat, stopt ze nog even bij het afhaalloket van een café. Ze mag van zichzelf iets kleins kopen dat buiten haar budget valt. De werkneemster hamert op de kassa en geeft Daniela’s wisselgeld terug. Daniela bedankt haar en stopt de munten zorgvuldig in haar portemonnee. Ze drinkt uit haar bekertje en aarzelend vervolgt ze haar weg. De hoge gebouwen langs het Letná-park zorgen voor een enorme schaduw die zich verspreidt over de kinderkopjes en doordringt in alle plooien van de grond.
Het bevalt haar.
Het begin van augustus lijkt deze keer minder onaangenaam te zijn. De hitte laait niet zo op als normaal, maar Daniela omarmt de frissere lucht deemoedig. Hun afspraak is pas over twintig minuten en daarom loopt ze langzamer. Ze kijkt even in de etalage van een gevestigd antiquariaat en hoewel ze een paar boeken ziet die ze wel zou willen hebben, gaat ze niet naar binnen. Ze loopt verder.
Bij de ingang van het park kriebelt er iets van binnen, precies op de plek tussen haar ribben en haar buik.
Štěpán zit al bij de vijver. Hij leest niet, hij heeft zelfs geen zonnebril bij zich. Zonder zonnebril lijkt hij kwetsbaarder.
Daniela kijkt op haar horloge.
Het is precies kwart over zes.
Štěpán merkt dat meteen op en zegt: ‘We hadden om zes uur afgesproken’
O ja? Daniela probeert het zich te herinneren, maar het lukt niet. Elke keer als Štěpán bij haar in de buurt is, twijfelt ze over de pietluttigste details.
Het park is leger dan ze had verwacht. Het feit dat bijna iedereen uit de buurt naar dit deel van het Stromovka-park komt, was juist de reden dat zij dit als hun ontmoetingsplek had uitgekozen. De laatste tijd probeert ze zich, als ze samen met Štěpán buiten is, onbewust te omringen met andere mensen, potentiële getuigen bij wie ze eventueel zou kunnen navragen of wat ze meemaakt daadwerkelijk is gebeurd. Natuurlijk heeft ze dat nog nooit gedaan, maar de mogelijkheid stelt Daniela gedeeltelijk gerust.
Ze gaat naast Štěpán zitten. Ze knijpt met haar rechterhand in haar linkerhand, haar nagels priemen in haar huid.
‘Zou jij geen deken meenemen?’vraagt Štěpán verbaasd. Naast hem op het bankje ligt een tas met wat te eten en wijn. Gisteren had hij een picknick gepland; het was al een tijdje terug dat hij had geopperd om het begin van de avond samen buiten door te brengen.
‘Nee’, antwoordt Daniela. Op haar voorhoofd breekt de eerste, bijna onzichtbare zweetdruppel uit.
‘Jawel.’
Het is niet waar, dat weet ze zeker, dit keer wel, er was niets afgesproken. Maar waarom kan ze hem niet van repliek dienen?
‘Ik ben het langzamerhand echt beu, Dany,’ zegt Štěpán verzucht.
‘Het is ook altijd weer hetzelfde liedje, heb je vanmorgen dan niet geluisterd? Ik zei dat we om zes uur in het Stromovka-park zouden afspreken. Ik zou eten en drinken meenemen en jij een deken, zodat ik die daarvoor niet al mee hoefde te zeulen naar volleybal.’
Daniela knijpt onbewust in het koffiebekertje dat ze net heeft gehaald. Ze doet dat harder dan haar bedoeling was. Het plastic knakt en het deksel valt op de grond.
‘Waarom doe je dat nou weer?’ vraagt Štěpán. Ze voelt dat ze droge lippen heeft, ze heeft dorst. ‘Waarom kleineer je me nou alweer? Waarom doe ik volgens jou altijd iets verkeerd?’
Štěpán kijkt vol ongeloof naar Daniela.
‘Hoe kleineer ik je dan?’
‘Door te doen alsof ik hartstikke dom ben. Ik weet zeker dat ik geen deken zou meenemen.’
‘Hoe gaan we dan picknicken zonder deken?’ grijnst Štěpán. ‘Waarom kan je niet gewoon toegeven dat je het vergeten bent?’
‘Maar ik ben het niet vergeten! We hadden dat helemaal niet afgesproken!’
Daniela springt op van het bankje en kijkt om zich heen. Haar schouders trillen, ze wilde dat ze iemand van de voorbijgangers kon vragen om bij dit gesprek te zijn zodat er tenminste iemand aan haar kant stond.
‘Mijn god, jij kunt ook nooit je fouten toegeven,’ zegt Štěpán met een luide stem. ‘Ondertussen vergeet of verlies je voortdurend van alles. Als we ergens hebben afgesproken, kom je te laat of kom je helemaal niet. Bijvoorbeeld vorige week. Ben je dat ook alweer vergeten?’
Daniela loopt heen en weer. Ze wil Štěpán niet horen, maar ze weet dat als ze nu weggaat het alleen maar erger wordt. Štěpán zal achter haar aan komen, hun ruzie zal een publieke aangelegenheid worden en iedereen om hen heen zal horen hoe gebrekkig haar denkvermogen wel niet is. Waarschijnlijk is het alleen maar beter dat ze praktisch alleen zijn in dit deel van het park.
‘We hebben toen ruim een uur op jou gewacht. Je weet hoe ongemakkelijk het voor me was om mijn ouders te moeten uitleggen dat je telefoon uit stond en ik geen idee had of je nou nog kwam.’
Štěpán was die zaterdag met zijn ouders uit eten gegaan en had Daniela vermoedelijk gevraagd om mee te gaan. Hij beweert dat hij haar ’s ochtends al had gezegd en dat ze samen hadden afgesproken dat ze om half zeven ’s avonds elkaar zouden treffen in een restaurant in de wijk Karlín. Maar Daniela zelf weet niets van die afspraak. Rond zes uur begon ze thuis het eten klaar te maken en toen ze klaar was met koken, wachtte ze op Štěpán. Om negen uur kwam het pas bij haar op om Štěpán een berichtje te sturen waar hij bleef. Zelf wist ze het niet; ze had niet naar hem geluisterd toen hij haar ’s middags gedag zei bij de deur, ze luisterde al bijna helemaal niet naar hem, ze was bang om naar hem te luisteren. De batterij van haar telefoon was leeg en vervolgens zag ze zes gemiste oproepen. Toen ze Štěpán terug had gebeld, liet hij haar koeltjes weten dat hij al onderweg naar huis was, dat zijn ouders en hij zonder haar hadden gegeten. Ze begreep het niet, ze snapte niet waar hij het over had. Zodra Štěpán terug was, hoorde ze ongetwijfeld wat ze nu weer fout had gedaan. Kon ze zichzelf kunnen verdedigen? Dat had gekund – mits ze wist wat Štěpán die ochtend bij de deur tegen haar had gezegd. Zo had ze niets om op terug te vallen, zo gaf een deel van haar zichzelf de schuld dat ze geen oog had voor haar partner en hem daardoor in de problemen had gebracht. Alweer.
‘En wanneer ik je er op wijs, omdat ik er ondertussen al moe van word als ik tegen je zeg dat je weer iets bent vergeten, vat je het op alsof ik je opzettelijk kwets,’ gaat Štěpán verder. Hij is ook al opgestaan van het bankje en gebaart wild met zijn armen met zijn handen en spuwt geïrriteerd nieuwe verwijten, nieuwe twijfels die zich in Daniela’s hoofd nestelen als vliegeneitjes.
Daniela zou haar woorden het liefst terugnemen.
Ze zou er alles voor over hebben om niet te horen hoe Štěpán haar zelfbeeld aan diggelen slaat en weer in elkaar zet in onherkenbare vormen.
‘Waarom verdraai je voortdurend alles en zeg je dat ik je kleineer, terwijl ik je alleen maar probeer te helpen? Het spijt me, het spijt me echt dat ik om je geef. Dat ik mijn best doe om te zorgen dat je veilig bent.’
‘Maar ik ben veilig! Wie zou mij dan de hele tijd pijn willen doen?!’ schreeuwt Daniela opeens. Ze is wanhopig.
Štěpáns stem weergalmt als een echo in haar oren.
‘Jij!’ schreeuwt hij terug. ‘Jij zou jezelf pijn kunnen doen! Wat begrijp je nou niet? Je zou jezelf pijn kunnen doen. Zoals de afgelopen jaren al een paar keer bijna is gebeurd. Het verbaast me dat het niet allang is gebeurd.’
Er is vast al iemand die hen heeft gehoord, vast en zeker dat ze nu door de bomen heen beoordeeld worden door andere ogen, andere relaties, andere verstrengelde vingers en onzekere blikken – door een verliefdheid die Daniela en Štěpán nu dwarszitten.
Ze zou tegen Štěpán kunnen zeggen dat hij liegt, maar het lukt haar niet om dat te zeggen.
Ze zou tegen hem kunnen zeggen dat ze zeker weet dat ze bij zichzelf veilig is – veiliger dan bij hem.
Maar is ze wel veilig bij zichzelf?
Wat ontgaat haar allemaal als Štěpán er niet is?
Wat zou ze allemaal niet voorzien als ze Štěpán niet aan haar zijde heeft?
Ze stelt zich even voor dat hun ruzie eindigt in een relatiebreuk en ze alleen zou blijven met haar eigen puinhoop. En opeens is het buitengewoon duidelijk voor Daniela: een leven zonder Štěpán zou moeilijker zijn dan een leven met hem.
Ze heeft er een potje van gemaakt, ze had niets hiervan tegen Štěpán moeten zeggen.
Ze wil zich verontschuldigen, maar het voelt te ongemakkelijk. Hij is niet degene die zich zou moeten schamen voor het publieke geschreeuw, maar zij. Het is sneu dat ze hem überhaupt in zulke situaties brengt, dat ze onnodig problemen zoekt die er niet zijn. Ze merkt op dat de nagels van haar rechterhand nog steeds in de huid van haar linker onderarm priemen.
Ze vraagt zich af hoe ze zich uit dit gesprek kan redden, hoe ze het samen met het hele park kan uitwissen, hoe ze zo snel mogelijk terug naar huis kunnen waar ze tot gisteren rustig en tevreden leefden, hoe ze dit falen kan vergeten.
Haar falen.
‘Je hebt gelijk,’ zegt ze ten slotte. ‘Je hebt gelijk. Over alles, alles, alles,’ ratelt ze alsof ze is vastgelopen; alsof ze met elke herhaling geloofwaardigheid aan deze woorden toevoegt. Štěpán haalt twee keer diep adem, loopt richting Daniela en omhelst haar, slaat zijn armen om haar heen en kust haar haar.
Daniela streelt de rug van zijn hand die naast haar nek ligt. Op de huid van haar onderarm zitten groeven van het aanraken, het brute aanraken door haarzelf.
Tegenover hen glinstert het water.
Het ziet er verleidelijk uit.
Daniela vindt het de perfecte plek om te ontsnappen. Ze hoeft alleen maar haar hoofd onder te dompelen.
Er zijn dagen waarop Daniela aan haar eigen levenskeuzes twijfelt.
Dan zijn er de dagen waarop ze niet eens de mogelijkheid heeft om te twijfelen, waarop ze überhaupt niet de mogelijkheid heeft om voor zichzelf te denken, omdat alles in hun appartement allang vaststaat, omdat Štěpán voor elk probleem dat betrekking heeft op Daniela zijn eigen oplossing heeft.
Wat uiteindelijk soms een opluchting is. Haar hersens werken namelijk al niet meer zoals voorheen.
Daniela heeft haar vermogen om iets te creëren, diep na te denken en te schrijven, verloren. De redactrice met wie ze vorig jaar e-mailde over haar manuscript laat sinds kort helemaal niets meer van zich horen. Ze hadden afgesproken dat ze slechts een paar opmerkingen in de verhaallijn zou verwerken, dat ze alleen wat kleine slordigheden waar lezers over zouden struikelen, zou verduidelijken. Toch heeft ze de deadline al twee keer niet gehaald.
Het document op haar computer boezemt haar de laatste maanden namelijk angst in, het boort zich in in haar herinneringen waarvan Daniela niet zo zeker is of ze wel kloppen.
Wat als helemaal niets daarvan is gebeurd? Wat als ze zich al die jaren zorgen heeft gemaakt over dingen die ze in haar hoofd heeft gehaald? Wat als al deze fragmenten, afbeeldingen, momenten die zich in haar schedel hadden genesteld en zich voortdurend in haar hoofd afspelen als een eindeloze film, wat als die allemaal slechts de vrucht van haar fantasie waren?
Een rijke, te kleurrijke fantasie zoals haar vader het haar vroeger uitlegde.
Ze dacht dat als ze haar baan zou opgeven, zoals Štěpán had geadviseerd, de situatie zou verbeteren; dat als ze zichzelf bevrijdde van het drukke, te hectische leven van een beginnende journalist, haar hersenen konden uitrusten en ze na verloop van tijd weer over haar manuscript zou kunnen nadenken als vroeger.
Maar dat was niet gebeurd.
Ze krijgt steeds meer het gevoel dat ze het moet opgeven, dat ze afscheid moet nemen van de voorstellingen die ze van haar eigen toekomst heeft.
Eigenlijk doet ze dat al beetje bij beetje. Langzamerhand erkent ze haar eigen beperkingen, langzamerhand neemt Štěpán de opeenstapeling van haar eisen weg die ze zichzelf ooit heeft opgelegd. Het is alsof hij bij Daniela haar lagen van onvervulde dromen heeft afgepeld. Alsof haar verlangen om op te vallen langzaam versleten was en hij het van haar moest losmaken.
Het doet zeer, maar op een of andere verontrustende manier voelt Daniela zich daarna lichter.
‘Ik weet dat je het niet wil horen, maar ik denk dat het beter voor je zou zijn als je meer zou concentreren op wat we hier samen binnen hebben,’ zegt Štěpán een keer voor ze gaan slapen.
‘Binnen?’
‘De binnenkant van ons huis. Gewoon bij ons thuis. Je zit zo vaak met je neus in dat boek, het is dan ook logisch dat het je niet lukt. Misschien zou het beter voor je zijn om je een tijdje bezig te houden met dingen waarbij je duidelijkere resultaten ziet.’
‘En welke dingen zijn dat dan?’
Štěpán strekt zich uit op het bed dat ze net hadden verschoond en krabt met zijn vingers op zijn blote buik.
Zijn naaktheid prikkelt Daniela altijd. Ze bewondert hoe ongedwongen hij zich kan gedragen zonder kleren.
‘Misschien wat meer huishoudelijke taken,’ antwoordt hij haar vervolgens.
Daniela kijkt hem aan en vraagt zich af of hij dit serieus bedoelt.
‘Zie je wel, dat is het nou. Vooroordelen. Er is niks mis met huishoudelijke taken. Weet je dat je creatief kunt zijn met met koken of bakken? Zo vermijd je tenminste de kritiek die je bij het schrijven te wachten staan en waar je eerlijk gezegd ook niet zo goed tegen kan.’
‘Maar ik heb het schrijven nodig.’
‘Ik zeg toch niet dat je het meteen moet opgeven. Alleen dat je een pauze neemt. Als je het schrijven een tijdje aan de kant schuift, gaat het je later beter af. En werken met je handen is de beste manier om je creativiteit te stimuleren.’
Daniela laat deze opmerking nog enkele uren in haar hoofd rondgaan en dan valt ze pas in slaap. Ze was in de war en overtuigd dat de weg die Štěpán haar had voorgesteld voor haar ondenkbaar was.
Maar de volgende dag is ze er al niet zo zeker meer van.
Ze gaat achter de computer zitten en plotseling voelt het alsof het document met opmerkingen en de knipperende cursor tegen haar samenspannen, alsof ze ’s ochtends een onrechtvaardige strijd met haar voeren die ze niet kan winnen.
Ze sluit het bestand, opent haar mailbox en leest een paar berichten. In een daarvan zegt de uitgeverij dat als ze het manuscript niet voor het eind van de maand inlevert, ze de samenwerking met haar moeten beëindigen.
Ze kijkt even naar de tekst en klapt vervolgens haar laptop dicht.
Misschien is het juist dit beeld, eerst bitter, maar daarna op een bevrijdende manier zoet, dat Daniela dwingt om haar boek weer weg te leggen. Misschien heeft het vooruitzicht dat haar roman misschien uiteindelijk niet hoeft te verschijnen, een last die van haar schouder is gevallen. Misschien is het een troost voor Daniela om die dag toe te geven dat ze niet voldoet aan haar eigen ambities, dat ze precies zo is, zoals Štěpán haar ziet.
Maar misschien is het echt iets compleet anders.