Ik stond in het donker van de woonkamer en besloot de controle uit te voeren. De controle omvatte kijken of de ramen gesloten waren, of beide boilers uitstonden, die in de keuken en die in de badkamer, of alle lichten uit waren, of er iets fonkelde op het fornuis en of de opladers uit de stopcontacten gehaald waren omdat ik een verhaal had gehoord over een meisje wier oplader in haar gezicht was ontploft terwijl ze sliep. Ik zou niet willen dat mijn gezicht verspreid eindigde over dit krappe huurappartement met meubels die de huisbaas, had ik het idee, op jaarmarkten en rommelmarkten had verzameld.
Ik stak de gedoofde joint aan die in de asbak lag en keek om me heen. In het donker kregen voorwerpen nachtmerrieachtige vormen en maakten me bang. De lamp vervormde tot een langwerpige, verwrongen schaduw met één oog en het leek alsof die knipoogde. Door de kier van de kast, die niet helemaal dicht kon, gluurde een zwarte mouw van een overhemd met een grote knoop. Hoe langer ik ernaar keek, hoe meer het een steeds groter insect werd. Over de vloer liepen mieren, maar die waren echt en ik kon onmogelijk vaststellen waar ze vandaan kwamen.
Ik pakte mijn telefoon en bekeek nogmaals zijn profiel. Zijn foto’s waren zodanig dat ik niet kon bepalen hoe hij er werkelijk uitzag. Zelf had ik maar één foto geplaatst, de beste die ik had, en geschreven dat ik zevenentwintig was.
Zo werd ik op dezelfde dag iemand die niet alleen Tinder gebruikt, maar er ook fantastisch op liegt. We spraken af bij Centrala en ik was grotendeels klaar, dus kon ik nog even in het donker zitten, naar Bowie luisteren en wegdromen. Ik droomde in algemene zin, over het leven, hoe het eruit zou zien als ik niet zodra ik wakker werd aan de dood dacht. Hoe dan ook had ik gelogen dat ik in Dorćol woonde en dat dat café dichtbij was, dus zou ik eenentachtig minuten moeten lopen vanuit Konjarnik, wat genoeg was om nuchter te worden en opnieuw te beginnen met drinken.
Ik keek naar mijn reflectie in de grote spiegel die tegen de vergeelde muur leunde. Ik probeerde vast te stellen hoe ik eruitzag voor iemand die mij voor het eerst zag. Het lukte me niet. Mijn gedachten gingen meer uit naar de vraag waarom mijn haar steil was in plaats van krullend, en waarom het niet licht was zoals toen ik klein was, en hoe het kwam dat ik niet wist welke kleur mijn ogen hadden, blauw of groen.
Ik stond op en keek naar mijn lichaam. Ik wilde het niet in detail analyseren, maar ik vond het jammer dat ik er niet langer goed voor zorgde. Misschien had ik in de puberteit geen sigaretten op mijn hand moeten uitdrukken en geen wenkbrauwpiercing moeten nemen, waardoor ik twee gaatjes in mijn gezicht heb die werkelijk nergens toe dienden. Ik keek ook naar mijn linker bovenarm, waarop een kleine tatoeage van een roze flamingo stond. Daarvan wist ik zeker dat ik die niet had moeten nemen.
Gedachten aan mijn eigen lichaam bezorgden me ongemak, dus trok ik mijn sneakers aan en vertrapte de mierenkolonie die op weg was naar de keuken. Ik voelde me schuldig. Ik had ze niet zo harteloos moeten verpletteren. Ik stelde me voor dat mijn leven misschien ook op zo’n onbelangrijk moment zou eindigen, terwijl ik naar de keuken liep om water voor de koffie op te zetten.
De voorgaande nacht had ik slaapverlamming gehad, ik werd overmand door het gevoel dat zich iets in het appartement verschool en wachtte tot ik in slaap viel zodat het opnieuw op mijn borst kon gaan zitten. Eerder kon ik niet bepalen wat dat iets was totdat ik op internet Fuseli’s schilderij The Nightmare had gezien waarop een jonge vrouw in het wit slaapt met haar hoofd vreemd naar achter geworpen en op haar zit een aapachtige, zwarte demon die grijnst. En iedere keer, omdat die verlammingen altijd hetzelfde zijn, word ik wakker en open ik mijn ogen, maar kan ik me niet bewegen, alsof mijn lichaam me is afgenomen. Ik stel me de demon op het schilderij voor die op me zit zodat ik geen adem kan halen. Hij verandert in mijn ouders, mijn broer, vreemde onbekende mensen die lichaamsdelen missen of in mezelf, zoals ik ooit was of nog zal worden. Ik weet niet hoe lang dit alles duurt. Wanneer ik me eindelijk weer kan bewegen, wens ik dat ik nooit meer hoef te slapen.
De gedachte aan het onvermogen mijn eigen lichaam te controleren was me gaan achtervolgen, dus besloot ik te vertrekken. Ik moest de deur nog twee keer op slot doen en voor de zekerheid controleren of hij echt niet open kon.
Eerder was ik niet zo obsessief als het om zulke dingen ging, maar als je lang genoeg alleen woont, gebeurt dat gewoon. Vaak stelde ik me voor hoe ik thuiskwam en voor het gebouw de hele buurt, de politie en de brandweer aantrof omdat ik vergeten was mijn strijkijzer uit te zetten waardoor de hele verdieping was afgebrand. En dan verschijnt ook mijn dikke, rood aangelopen huisbaas bij wie de broek altijd afzakt zodat zijn kont zichtbaar is en die me wil vermoorden.
Opeens klonk de deurbel en verstoorde mijn gedachtegang. De wiet had mijn angst aangewakkerd, waardoor ik nog onrustiger werd. Ik tuurde door het kijkgaatje om in te schatten hoe noodzakelijk het was de deur open te doen en het eerste wat ik zag was een klein hoofd, grote lichte ogen, kwijl dat uit de mond droop en natte vingers die eromheen frunnikten. De baby bewoog naar achter en toen zag ik vrouwenhanden die haar vasthielden en nog een hoofd, volwassen en groter. Het leek op het hoofd van Svetlana.
Haar haar viel over haar schouders en was naar achteren geslagen, op één geteisterde lok na die ze om haar vinger draaide. Op haar wenkbrauw was een wit litteken te zien van een val bij het zwembad toen ze klein was en haar ronde hazelnootkleurige ogen keken recht door het kijkgaatje naar mij. Ik wist het zeker. Dat was Svetlana’s hoofd. Dat was Svetlana met een baby aan mijn deur.
Toen we elkaar leerden kennen, studeerde zij filmregie en ik dramaturgie. Ik was nog nooit met een vrouw geweest en zij loog dat wel te zijn. In het tweede jaar sprak ze me aan, tot dan kenden we elkaar alleen van gezicht en ik observeerde haar stiekem omdat ik de indruk had dat zij alles wist wat ik niet wist. Ik wist niet veel, dus zo moeilijk was dat niet, preciezer gezegd: zo slim is Svetlana nu ook weer niet.
Misschien waren we nooit close geworden als zij niet een opdracht had gekregen voor haar hoofdvak. Ze moest een scène regisseren die wanhoop uitbeeldde, waarvoor ze op me afkwam en zei:
“Ben je vrij? Ik heb een dramaturg nodig.”
“Ja,” zei ik te snel, zo snel dat het me dagen daarna dwarszat dat ik niet een paar seconden had gewacht.
“Er moet een scène geschreven worden die wanhoop uitbeeldt.”
Ik begon te knikken alsof ik tics had. Ik kon haast niet wachten om naar huis te gaan en in bed te kruipen.
“Jij ziet eruit alsof je dat kunt.”
“Waarom?”
“Het is voor ons tentamen.”
“Waarom zie ik er zo uit?”
Ze probeerde me uit te leggen dat er iets zat in de manier waarop ik mensen observeerde. Ik begreep haar niet echt.
“Wat is de deadline?”
“Die was gisteren.”
Ik slaagde erin twee bladzijden te schrijven over een meisje dat wacht op een gevangenisbezoek bij haar vader en mandarijnen schilt die ze op de grond gooit. Svetlana had haast en het leek alsof ze met alles akkoord zou gaan. Toen ik haar de scène gaf, propte ze de papieren in haar rugzak en bedankte me. Ze kreeg een zeven voor haar tentamen.
Daarna begon ze me in de gang te groeten en dat bleef zo tot we elkaar op een avond tegenkwamen in Drugstore op een rave. Ik was heel dronken omdat ik had besloten dat ik vanaf de dag erna niet meer zou drinken. Zij was gewoon dronken en nam die avond geen enkel groot besluit. We begonnen te dansen en deelden een rode pil met het Superman-logo erop. Ik was nog nooit eerder met een vrouw geweest, maar die avond wilde ik mijn ervaringswereld verruimen, dus kuste ik haar.
Zij was niet overdreven enthousiast, maar ze wees me ook niet af. Ik herinner me hoe we naar een ruimte met zitzakken gingen die helemaal leeg was. Aan het plafond hing een kleine discobal die lichtvlokjes wierp. Ik had de indruk dat het sneeuwde. We pakten elkaar stevig bij de handen en begonnen in de rondte te draaien. Eerst langzaam en voorzichtig, toen steeds sneller. Svetlana gilde van het lachen met open mond en loshangend haar, ik sloot mijn ogen en voelde de kou van echte sneeuw die smolt op mijn hete gezicht. Ik herinnerde me hoe mijn vader en broer ooit een kerstboom uit het park naast de flat hadden omgehakt en mee naar huis hadden genomen zodat we hem konden versieren.
We gingen op de zitzakken liggen en ik vertelde haar over de gestolen kerstboom en dat mama boos was dat ze dat hadden gedaan en dat ik blij was dat we een kerstboom hadden en dat we uiteindelijk allemaal lachten en varkensvlees aten en sterretjes aanstaken die ik zo vasthield dat de vonken op mijn handen vielen en me prikten. Het was de mooiste jaarwisseling die ik me kon herinneren. Svetlana luisterde aandachtig, ze had de gave details te onthouden die ze later in het gesprek spontaan noemde en ik voelde me altijd goed als ze dat deed.
Samen brachten we een paar nachten door. Ze was zacht, warm en duister, ze praatte niet graag over de aard van onze verhouding. Ik werd verliefd en het leek me dat ik door haar iemand werd die eruitzag alsof ze wist wat anderen niet weten. Ik wist dat niet. Na vier maanden vertelde ik mijn familie dat we een relatie hadden. Moeders scheldwoorden waren sappig, mijn broer maakte een vreemd wegwerpgebaar met zijn handen alsof het hem niet duidelijk was waarom hij dat überhaupt moest weten. Alleen vader vond het goed. Toch overleed vader al snel, maar dat had niets te maken met mijn lesbische avontuur. De dood is iets dat simpelweg gebeurt.
Hoe dan ook, Svetlana verliet me na zes maanden, trouwde met haar beste vriend en stopte met haar studie. Mijn moeder en broer verheugden zich stilletjes. Vader had niet aangevoeld dat hij zou sterven.
En daar stond ze. Ze stond in de gang van het gebouw en hield een baby in haar arm. Haar eigen of die van een ander. En ze belde aan. Ze bleef aanhoudend aanbellen waardoor ik de deurklink indrukte en de deur opende. Ze omhelsde me met een baby die buitengewoon rustig onderging dat ze tussen ons in werd fijngeknepen en wurmde zich naar binnen. Ik sloot de deur, we stonden in de gang en zij keek naar het donker van de woonkamer.
“Wat is dit… Is er geen elektriciteit? Ik verga van de honger.”
Terwijl ik roomkaas op brood smeerde, keek ik in de koelkast wat ik nog meer op de boterham kon doen. Er waren nog twee plakken ham die er al lang lagen. Ik wist niet zeker of ze nog eetbaar waren, maar zij dacht ook niet aan mij toen ze me verliet.
De scène die ik door de keukendeur zag overtuigde me ervan dat de baby van haar was. Ze hield haar met één hand vast en probeerde haar de borst te geven, maar de baby wilde maar niet aan haar grote donkere tepel aanleggen. Ze zette haar neer en stak een sigaret op, rommelde wat in haar tas en vond een flesje melk. Er klonk tevreden gesmak en ik kneep mayonaise over de boterham om de geur van de ham te maskeren.
Ik bleef nog een tijdje vanuit de keuken gluren en doen alsof ik ergens mee bezig was. Ik merkte dat Svetlana was afgevallen, haar sleutelbenen staken naar voren, de aderen op haar handen puilden uit en haar gezichtstrekken hadden een donkere scherpte gekregen. Ze was nog altijd aantrekkelijk, ze kleedde zich in het zwart en had een soort junkachtige, straatse schoonheid. Ik voelde een vreemde woede en ongemak. Ik wist niet goed wat ik voor haar voelde en wat voor mezelf.
Svetlana veegde met haar vingers de roomkaas van haar mond terwijl ze tevreden de boterham at. Ze boog zich voorover om aan de billen van de baby te ruiken en kauwde verder. Ik wendde mijn blik naar de klok met Romeinse cijfers aan de muur en bedacht dat ik moest vragen:
“Hoe wist je waar ik woonde?”
“Ik heb het aan Aca gevraagd.”
“Hij heeft me niets verteld.”
“Ik heb tegen hem gezegd dat hij het je niet moest zeggen.”
Aca was onze gezamenlijke vriend, maar ik vergat vaak dat zij nog steeds met elkaar omgingen. We hadden het nooit over haar. Ik deed alsof ze dood was.
“Sorry, ik ben zomaar binnengevallen.”
“Geeft niet.”
Svetlana nam me op.
“Waarom ben je zo opgedoft?”
De woorden vielen plotseling uit me, samengevoegd tot een zin.
“Ik ga naar mijn vriendje.”
“Hoe heet hij?”
Ik rekte de stilte door naar een aansteker te zoeken om me te herinneren hoe die vent van Tinder heette.
“Stefke.”
Ik was tevreden met dat extra detail dat ik niet alleen een vriendje had, maar dat hij ook een bijnaam had. Svetlana vroeg:
“Wat doet hij?”
Ik antwoordde kort dat hij masseur was, en daarna zwegen we terwijl ze een luier tevoorschijn haalde om Dara te verschonen. Blijkbaar heette de baby zo. Ik wist niet hoe ik haar moest vragen wat zij en Dara in godsnaam bij mij zochten.
“Mag ik haar daarheen brengen om haar in slaap te krijgen? Ze is helemaal jengelig. Wat is er toch, kleintje, waarom ben je zo jengelig?!”
Ze begon tegen het kind te zeuren en bracht haar naar de slaapkamer waar één bed stond. Ik bleef achter met een ondergescheten luier en suïcidale gedachten. Een paar ogenblikken later stak ze haar hoofd om de hoek. Met een katoenen luier op haar hoofd leek ze op een ijsbeer die me vanuit een grot aankeek. Zo probeerde ze Dara aan het lachen te maken, die aanhoudend huilde. Ze zei:
“Vanja, ga maar als je moet. Ik bedoel, als je het niet erg vindt dat we blijven.”
AAAHH Belinda
Ik had gewoon normaal kunnen doen en kunnen zeggen dat ze mijn hart had gebroken en dat ik daarom niet wilde dat ze parasiteerde in mijn armoedige huurappartement. Natuurlijk deed ik dat niet. Natuurlijk zei ik:
“Je weet dat dat mag.”
In de gang van de flat sprong ik over de jongen die gehurkt op de trap lag te slapen, leunend tegen een koude, afgebladderde muur. Al een tijdje bracht hij hier iedere nacht door en ik wist niets over hem. Hij zag er niet uit als een dakloze, hij was keurig gekleed, maar altijd in de stress, met een kleine retrotelefoon, een uitgeput gezicht en slaperige ogen.
Hij schrok op van het plotselinge geluid van een opengaande deur of het rinkelen van een telefoon en draaide zijn hoofd weg als er iemand langskwam. Soms was hij zo moe dat hij gehurkt sliep in een hoek in een onnatuurlijke houding. Hij zag eruit alsof hij voor iemand op de vlucht was. Ik stelde me vaak voor dat ik hem mijn appartement binnenleidde, dat we samen dineerden, bier dronken, hij mij zijn levensverhaal vertelde en me bedankte dat ik zo’n goed mens was. Niets wat daarbij in de buurt kwam was ooit gebeurd.
Voor de flat daalde ik af langs een geasfalteerd paadje dat richting de container leidde. Daarachter bevond zich een speeltuin waar een gast en een meid op een bankje lagen te vozen. Terwijl ze zoenden, zat zij schrijlings over hem heen zodat ze over zijn dijen wreef, haar zwarte onderbroek met witte hartjes piepte tevoorschijn waarin hij zijn handen probeerde te wringen en zij legde ze, tussen het lachen door, terug op haar rug. Tussen twee bomen was een snoer gespannen waarop een buurvrouw die ik niet kende haar was uithing. Ze had een lange sigaret in haar mond. De as vloog over het beddengoed.
Ik smeet de zak met de luier, de zak ging open en de luier viel tussen de stukjes brood naast de container. Ik stond stil en voelde dat er iemand naar me keek.
Toen ik mijn blik oprichtte, zag ik de ogen van een magere jongen met een T-shirt waarop met gekleurde viltstiften IV-2 geschreven stond, hij stond op de parkeerplaats met opgeheven handen op een zwarte Jeep terwijl twee agenten hem fouilleerden. De een groef in zijn zakken, de ander stond te lachen tijdens het telefoneren. Ik zag hoe de magere jongen naar mij keek terwijl ik wegliep.
Ik kwam langs mijn vieze witte Punto en deed de ruitenwissers naar beneden die iemand omhoog had gedaan omdat ik scheef geparkeerd stond. Ik kon niet anders want er zat een gat in het asfalt. Ik kon niet inschatten hoe het gat was ontstaan. Het was al gevuld met klein afval en plastic flessen. Ik stelde me voor hoe het gat zich vergrootte en de parkeerplaats opslokte en vervolgens Konjarnik, daarna heel Belgrado, heel Servië, en hoe de buitenlandse media verslag deden van een land dat op een dag verdween, beangstigd dat het gat de rest van de wereld zou opslokken, wat uiteindelijk ook gebeurde.