View Colofon
Translations
Proofread

Stefanie Liebreks

Published in edition #2 2019-2023

Het is oké

Written in NL by Aya Sabi

Ze neemt haar koffieapparaat mee. Ze weet niet wie ze is. Ze weet in ieder geval wel dat ze een vrouw is met een De’Longhi Magnifica S ECAM20.110.B volautomatische espressomachine. In het zwart en grijs. Omdat ze niets meer weet, zijn alle details van belang. Ze is meteen wakker als het apparaat in de ochtend de koffiebonen maalt met verschrikkelijk veel lawaai – en haar buren ook.

Ze heeft het gekocht als een tweedekansje via Coolblue en heeft er vier dagen lang elke ochtend aan het raam op gewacht. Ze refreshte ondertussen elke vijf minuten de Track & Trace. Daarna begon ze met het refreshen van de Track & Trace én haar twitterberichten want God, wat had ze zin in een cappuccino met genoeg schuim – niet te veel – en goede koffie. Alle cappuccino’s die ze tot dan toe dronk waren zo slap en de espresso’s waren te sterk. Ze zei toen dat ze ongeduldig was en een koffieliefhebber, een ‘ongeduldige koffieliefhebber die haar koffie drinkt in glas en niet in porselein’. Ze wist niet dat haar angststoornis opflakkerde omdat ze zichzelf kwijtraakte en deze koffiemachine haar nieuwe obsessie was om niet te hoeven toegeven dat ze het allemaal niet meer wist. Ze googelde: hoe blijven koffiebonen langer vers? Hoe krijg je het perfecte schuimlaagje? Ze las de gebruiksaanwijzing online nog voor het apparaat er was. Als je een kelder, zolder, drie slaapkamers en een keuken van twintig vierkante meter hebt, kan je snel verdwalen (al staat de kelder de helft van het jaar onder water). Zolang ze door het raam naar buiten keek, wachtte op iets anders, hoefde ze niet binnen rond te kijken, hoefde ze zelf niets te doen.

Ze neemt haar koffieapparaat mee. Ze doet de deur achter zich dicht. Het is een scène voor in de films, maar er zijn geen camera’s die dit documenteren, ze is geen rijke actrice die miljoenen krijgt voor deze rol en sterker nog: er is geen scenarist die weet wat er morgenochtend gaat gebeuren. Ze weet niet hoe het moet. Ze weet enkel dat het moet. Ze weet ook dat Virginia Woolf trots op haar was geweest, hoewel ze liever had gehad dat het leven makkelijker was, dat niet alles zo’n enorme strijd hoefde te zijn, dat ze een gewone vrouw was geweest van wie een gewoon iemand gewoon eens op een gewone manier kon houden.

Het zou niet zo moeilijk hoeven te zijn, daarom probeert ze een makkelijke vrouw te zijn voor de kruimels liefde of iets wat erop lijkt. Misbruik in een suikerjasje smaakt even zoet. Als ze vier keer ‘sorry’ zegt, zal het wel oké zijn. Als ze maar kan inzien waarom iemand zich op een wrede en irrationele manier gedraagt, is het nooit echt gebeurd. Hij is geen geliefde, hij is een personage, met pijnen en kinderlijke angsten die bovenkomen en waar zij gewillig het slachtoffer van wil zijn. Liefde is opoffering, toch? Als ze hem niet begrijpt zal ze wel niet genoeg haar best doen om hem te begrijpen. Ze wringt zich ondertussen tussen alle woordenwisselingen en verwachtingen en ruzies door. Ze neemt iedere keer een andere gedaante aan om te passen binnen de plek die voor haar wordt vrijgemaakt, zodat ze niets omstoot, zodat niets wat de vrede ook maar miniem kan verstoren zal gaan wiebelen. Ze geeft alles van zichzelf. Ze offert zichzelf: op de brandstapel met de vrouw waar ze decennia aan heeft gebouwd, de fik erin, het zal het op een dag allemaal waard zijn.

Het is niet genoeg. Zelfs als er niets meer overblijft. Haar therapeute zal zeggen dat het lijkt alsof ze mensen bij de kraag pakt, door elkaar schudt, roept: ‘Verdomme, zie me toch graag.’ Ze zal wachten tot de vrouw gevangen in een Zoom-kader zegt dat dat helemaal niet hoeft. Haar therapeute zal echter zeggen dat ze niet weet of dat nodig is. Waarom zegt ze niet dat ze wéét dat het niet nodig is om mensen bij hun kraag te pakken, dat er genoeg moois in haar zit om geliefd te zijn, dat ze niet zo haar best hoeft te doen om iemand van zichzelf te overtuigen? Ze wil voor iemand anders kunnen zijn wat ze zelf niet heeft gekend. Er zijn er die astronaut of moeder willen worden. Zij wil de eeuwige geliefde zijn, het lief tot in de eeuwigheid. Ze zal op haar not-to-dolist schrijven: Het laatste wat ik ga doen is wachten. Op een bericht, het woord dat ik wil horen, op bevestiging, op de liefde die ik verdien. Ze zal het opschrijven, zodat het op een dag lukt om dit niet te doen, zoals je op een to-dolist schrijft wat je op een dag wel gaat doen.

Ze neemt haar koffieapparaat mee, doet de deur achter zich dicht en schuift de huissleutel door de brievenbus naar binnen. De sleutel maakt een schrapend geluid als hij langs het metaal naar beneden glijdt. Het is de spreekwoordelijke brug die op dit moment verbrand wordt. Je kan altijd nog zwemmen – ze heeft al haar zwemdiploma’s – of een nieuwe brug bouwen, maar waarom terug in de tijd als je ook vooruit kunt? Daarbij: bruggen die in brand staan geven licht. Zoals de vrouwen in haar leven die iedere dag zullen vragen hoe het met haar gaat. Het zal goed gaan, zal ze hun zeggen, zelf verbaasd. Ze zullen denken dat ze zich gewoon sterk houdt, maar ze kan ook niet liegen dat het slecht gaat, want zo gaat het niet. Ze overdenkt echt alles. Met nieuwjaar zal ze hun elk een persoonlijke boodschap sturen, dat ze er voor hen zal zijn als ze haar nodig hebben, maar dat ze hoopt dat ze haar nooit zo nodig zullen hebben als zij hen nodig heeft gehad het afgelopen jaar. Ze zal nieuwe woorden leren – zoals ‘mortification’ of ‘the narcissist’, ‘lovebombing’ en ‘ruminating’. Ze zal andere woorden ontleren – zoals ‘spijt’ en ‘schaamte’ en ‘de niet te stoppen drang naar validatie’ (dit zijn zeven woorden, maar goed). Ze zal ze naast en onder elkaar zetten. Ze knutselt er zinnen van, hoe meer woorden ze kent, hoe meer teksten ze kan maken. Ze zal weten dat niets van wat haar overkomen is iets zegt over wie ze is. Ze is wat ze ermee zal doen. Ze is gescheiden – als een feit –, ze is geen gescheiden vrouw – als een permanente staat. Hij kan haar niet brandmerken, ze is geen koe. Ze vindt het wel akelig. Dat er mensen zijn die jagen op dat binnenste in haar, waar ze zich nooit bewust van was, dat ze zelf nooit gezien heeft, maar dat klaarblijkelijk toch zichtbaar genoeg is om er misbruik van te maken: haar eeuwige schuldgevoel, haar drang naar validatie, haar gevoel van waardeloosheid, het gezien willen worden, de liefdesverslaving. Het is akelig dat sommige mensen zo leeg zijn vanbinnen – geen gevoel, geen empathie, geen persoonlijkheid – dat ze aangetrokken worden tot alles wat zij in overmaat heeft, dat ze moeten teren op wat jij in overmaat hebt. Ze leest in artikelen dat ze het als een compliment moet zien. Dat ze wel speciaal moet zijn. Ze wil niet speciaal zijn. Zij walgt van hoe oneerlijk de wereld is: als er letterlijk stukken van zijn hersenen ontbreken, zal er nooit een remedie zijn, nooit een vereffening. Hij heeft zijn eigen hersenen immers niet samengesteld, hij heeft niet zelf een hap uit zijn brein genomen. Hij is het slachtoffer. Zij is slechts nevenschade.

Ze neemt haar koffieapparaat mee, doet de deur achter zich dicht en schuift de huissleutel door de brievenbus naar binnen. Ze zou eigenlijk moeten huilen, denkt ze, maar ze huilt niet. Ze zou minder moeten denken aan wat ze zou moeten doen, denkt ze. Lange tijd was het leven simpel als vrouw. Je wordt geboren en je sterft. Daartussen gebeurt alles waar je zelf niets over te zeggen hebt. Simpel betekent niet makkelijk. Een vrouwenleven is nooit makkelijk (geweest). Wel eenvoudig: als er maar één weg is, raak je niet verloren. Het gaat niet zozeer over wat er specifiek verandert voor een vrouw – dat ze mogen autorijden, studeren en ooit misschien hetzelfde zullen verdienen als wat een man verdient – of hoe hun positie binnen het patriarchaat vergroot of verkleint, welke strijd ze winnen en welke strijd ze verliezen, de muizenstapjes vooruit en soms een stap ter grootte van een reuzenvoetafdruk achteruit. Nee. Het is de verandering binnen één leven en hoe de vrouw die in eigen handen draagt. Het zijn de haaientanden op een weg, de afslagen links en rechts, de stopborden en de omwegen. Het is het verdwalen. Er is niet één weg meer. Het is de vertakking van de sporen, alle mogelijke punten waarop ze kruisen en waar treinen op volle snelheid elkaar zouden kunnen raken en in metalen onderdelen uit elkaar spatten. Dat is nu gebeurd. Het zijn de slagbomen, de knipperlichten, de files. Het zijn de cirkels. In rondjes draaien, duizelig worden, maar nooit ergens thuis zijn. Het is oké. De chaos in haar hoofd, de raadsels in haar hart. De paradox die ze is. Het is oké. Er zullen nog steeds dagen zijn dat ze het allemaal niet meer weet en op die dagen haalt ze een ijskoffie als het warm is en drinkt ze die op onderaan de kerktrappen terwijl ze naar voetgangers staart. Ze zal terug naar haar kamer wandelen, voor zichzelf koken en genieten van hoe gewoon deze dagen zijn. Ze zal van de angst en de verveling achtereenvolgens vertrouwen en rust maken. Ze zal begrijpen wat Lucebert bedoelde met ‘alles van waarde is weerloos’. Dus zal ze herhalen wat ze tegen dan zal weten, om toch te proberen zich te weren:

1. Ze weigert de stilte.

2. Ze weigert het gemak en de gewoonte.

3. Ze weigert de onverschilligheid en het bitter zijn.

4. Ze weigert alle labels en namen en doodlopende straten.

5. Ze weigert toe te geven, ze weigert het water bij de wijn, maar ook de roes.

6. Ze weigert de oogkleppen en de arrogantie, maar ze neemt ook alle plek in die ze denkt te verdienen, die ze verdient.

7. Ze weigert minder te zijn zodat anderen zich meer kunnen voelen.

8. Maar niet elke strijd is een strijd voor haar.

Ze neemt haar koffieapparaat mee, doet de deur achter zich dicht en schuift de huissleutel door de brievenbus naar binnen. Het schemert en de straat is verlaten. Niemand ziet haar vertrekken. Er is geen afscheidskrans, geen triomftocht. Het gekwetste meisje in haar wil horen dat ze het juiste heeft gedaan, de vrouw die haar omhult, weet dat ze het juiste doet, vecht niet meer.

More by Aya Sabi

De hel

Casablanca, 1954 Ze filtert het geluid van de spelende kinderen weg en er blijft een aantal klanken per etmaal over waar ze zich krampachtig aan vasthoudt. Ze plukt de weinige klanken die door de muren naar binnen komen. Na een paar maanden kent ze al haar buren terwijl ze haar kamer nooit verlaat, ze weet dat er bij de mensen naast haar altijd schuldeisers komen, het heeft geen zin want de man is niet bereid te betalen. ‘Al ritsen ze eerst mijn organen uit mijn lichaam en vermoorden ze me daarna,’ hoort ze hem tegen zijn vrouw zeggen als de schuldeisers weg zijn. Als ze dit soort dingen opva...
Written in NL by Aya Sabi
More in NL

(geen titel)

Sinds de kinderen waren geboren, of misschien wel sinds ik mij op sociale media begaf, of evengoed sinds ik vanwege mijn werk genoodzaakt was op een heldere en uitnodigende manier te communiceren, om dus aan bekende dingen te refereren in plaats van ze zelf te verzinnen, verdeelde ik mijn tijd in echte tijd, namelijk die waarover ik mezelf in mijn echte taal kon vertellen, en valse tijd, die waarin ik moest spreken in categorieën, binnen registers of door gedrag te imiteren. In romans las ik van vastberaden en wilskrachtige mannen die om vier uur ’s ochtends opstonden, een koude douche namen...
Translated from IT to NL by Sandra Verhulst
Written in IT by Arianna Giorgia Bonazzi

De trilogie van het verloren geslacht

Bij het huis van tante Nicoleta stond een grote groep mensen voor de deur die gekomen waren om ome Titi op zijn laatste reis te vergezellen, ome Titi die, hoewel hij wel een borrel lustte, een man was op wie je kon bouwen, een levensgenieter, tot verdriet van zijn vrouw, jongelui, je weet nooit wat God voor je in petto heeft, maar kijk nou toch hoe zijn vrouw hem heeft verzorgd, de hele dag hield ze een koud kompres op zijn voorhoofd, en ze sleepte hem mee naar alle mogelijke artsen, en kijk ook nu, met wat voor eerbetoon ze hem ten grave draagt, kijk naar die doodskist uit prachtig hout, ...
Translated from RO to NL by Charlotte van Rooden
Written in RO by Cristina Vremes

We hebben altijd in dit dorp gewoond

We zijn verveld. Dat zeg ik tegen mezelf in de spiegeling van het water dat in de trog staat. Er zijn geen koeien meer in het dorp, dus deze drenkbak is van ons, zoals bijna alles om ons heen. Van ons en van niemand. Nagelaten aan wie blijft en zich verzet. Mijn dochter, die stukjes dode bladeren en modder in haar haren heeft, klampt zich aan mijn lichaam vast als een klein dier. De kinderwagen hebben we al lang niet meer gebruikt omdat dat geen doen is op de stenen paden en mijn spieren hebben zich aangepast aan haar, aan haar gewicht en vorm, en hebben nieuwe, atletische, ondenkbare vormen a...
Translated from ES to NL by Joep Harmsen
Written in ES by Aixa De la Cruz Regúlez

Sonia steekt haar hand op

Hier zijn de mensen zeer achterdochtig. Maar of ze elders wel met open armen was ontvangen, dat zou Sonia niet durven zeggen. De mensen uit zíjn geboortestreek. Die tot het andere kamp behoren. In haar eigen omgeving kent ze geen stellen van eerdere generaties die vrienden en geen vijanden van elkaar zijn, zelfs als ze al een eeuwigheid samen zijn. Er zullen ook wel ergens paren zijn die voor het leven (en daarna) vrienden zijn, maar dat zijn er niet veel, dat zijn enorme mazzelaars en die zijn goed verstopt. En dan weet je, als jong iemand die om zich heen kijkt, vrijwel zeker dat jouw allerl...
Translated from RO to NL by Charlotte van Rooden
Written in RO by Lavinia Braniște

Automobiel uit het oude Griekenland

Het was een hete junidag. Het heette alleen geen juni, maar ofwel thargelion ofwel skirophorion. Twee personen verlieten de Atheense stadsmuren en vriendschappelijk converserend gingen ze op pad langs de rivier de Ilisos om te gaan wandelen in de natuur. Ze hadden het voornamelijk over de liefde. De jongeling, de jongste van de twee, droeg een transcript bij zich van andermans rede die stelde dat de liefde het kwaad is en bovendien geloofde hij dat zelf ook. Eigenlijk sprak hij enkel over ’de rede van die ander. De oudere man was het in gedachten niet met hem eens, maar hij werd wel opgewon...
Translated from CZ to NL by Annette Manni
Written in CZ by Ondrej Macl

De viltstift

Eerst zit Robert alleen op de bank, links van de vlek die Sven er een paar maanden geleden met een rode viltstift op heeft gemaakt. Hij vraagt me hoe het gaat, of de apotheken en de winkels open zijn, of ik alles heb wat ik nodig heb, of ik weet wat ik moet doen als er iets gebeurt. Het gaat goed, ze zijn open, ja dat heb ik ja, ik heb alles, er gaat niets gebeuren. Elke dag vraagt hij me hetzelfde, elke dag geef ik hem dezelfde antwoorden. Er valt hier na vijf uur ’s middags niets meer te beleven. Het hele punt van een lockdown is dat er niets gebeurt, wil ik eraan toevoegen, maar ik weet dat...
Translated from SR to NL by Pavle Trkulja
Written in SR by Jasna Dimitrijević