View Colofon
Original text "Kraj" written in SR by Jasna Dimitrijević,
Other translations
Mentor

Roel Schuyt

Proofread

Stefanie Liebreks

Published in edition #2 2019-2023

Een gelukkig einde

Translated from SR to NL by Pavle Trkulja
Written in SR by Jasna Dimitrijević

Ik werd wakker van de regen. Hij had zich met mijn droom vermengd, waardoor ik in eerste instantie niet wist uit welke wereld hij kwam. Ik zwom in de eindeloosheid van de Stille Oceaan. Ik weet dat het de Stille Oceaan was, ik herkende hem van tv-programma’s. Ik zwom door zijn turquoise en kristal. Zo zeggen ze dat in die reportages, turquoise en kristal. Langs mijn heupen zwierden de sierkralen om mijn badpak mee vast te knopen. Ik herkende het van de foto. Mijn eerste badpak, voor kinderen. De hemel had de gordijnen al dichtgedaan, terwijl ik nog bezig was de knoop los te krijgen. Dikke druppels spatten op mijn kruin en uitgestrekte armen, het werden er steeds meer en ze werden steeds dikker, tot het water de hele wereld had bedekt. Het omsloot me als een eeuwige omhelzing, een ondoordringbare baarmoeder. Ik sloeg mijn armen uit voor een verticale duik en werd op dat moment wakker. Jammer. Ik wou dat ik had leren zwemmen. Maar ik wist in ieder geval zeker dat de oceaan niet de oplossing was. 
    Al sinds mijn jeugd heb ik intense dromen. Complex. Overtuigend. Spannend, in tegenstelling tot mijn dagelijkse leven. Daar komen alleen maar cijfers in voor. Precieze rekenkundige operaties. Boekhoudkundige berekeningen en fiscale rekeningen. Rentepercentages over ziektekosten en sociale premies. Deels op een bankrekening, deels in contanten. Het is tientallen jaren geleden dat ook ik voor het laatst alles op mijn rekening heb ontvangen. Ik probeer er niet aan te denken. Denken deed ik dertig jaar geleden ook al niet echt. Ik was zoals iedereen. Aan het eind van een verspilde dag verheugde ik me altijd op mijn slaap. Vanochtend moest ik al na het eerste geluid van mijn wekker opstaan. Ik moest nog een was draaien, inpakken, wat overgebleven rekeningen wegwerken en ik had nog een afspraak staan met het reisbureau. Irena – de medewerkster bij wie ik het arrangement had besproken – herinnerde me herhaaldelijk aan alle voorbereidingen die ik voor de reis nog moest treffen. Ze overlaadde me met nuttige tips en vertelde welke verzekeringsmaatschappijen betrouwbaar waren en welke aanvullende zorgpakketten ik zou moeten nemen. Ze trok zich slaafs terug toen ik haar nogal bits toebeet dat ik geen verzekering hoefde en dat ze me niet meer moest lastigvallen, want ik zou zomaar naar een ander reisbureau kunnen gaan. Ik reageerde ongeveer net zo toen ze opmerkte dat ze tegen een vergelijkbare prijs een paar leuke cruises in de aanbieding hadden. Ze keek me bezorgd aan, alsof ze niet helemaal zeker wist of een verblijf in de tropen wel geschikt voor me was. Ik onderbrak haar nogal grof. Omdat ik niet dagelijks met mensen communiceer, is mijn tolerantiedrempel voor dit soort geintjes erg laag. Maar zij had het ook niet gemakkelijk. Had ik haar een klap verkocht, dan zou ze nog steeds vriendelijk knikken en zeggen ik snap het, sorry dat ik me ermee bemoei, ik wilde alleen maar helpen, want dat is de behandeling die je krijgt als je een reis boekt naar een bestemming als de mijne. Ik herinner me onze eerste ontmoeting en de ongelovige blik waarmee Irena me aankeek toen ik haar vroeg een van de duurste reizen die ze aanboden voor me na te gaan. Ik weet zeker dat ze een aanbetaling van me verwachtte voor Bečići of Chalkidiki. Toen ik haar aandacht eenmaal had, kreeg haar gezicht de kleur van de hoogst haalbare bonus van die maand. De regen klettert tegen de ramen. Ik strompel naar het balkon en neem een kijkje door de jaloezieën. Aan de andere kant van de straat zie ik Marina’s schaduw de gordijnen recht hangen. Natuurlijk, ze is al wakker. Mijn vriendin staat iedere ochtend steevast om 6.45 op. Terwijl ze de kamer lucht, spoelt ze haar mond met pompoenolie om te ontgiften. Deze alternatieve therapie heeft ze zichzelf opgelegd. Ze gelooft dat er methodes bestaan om het lichaam in goede vorm te houden. Onlangs begon ik er zelf ook bijna in te geloven, maar niet voor lang. 
    Ik heb nog een halfuur tot Marina klaar is met haar ochtendrituelen. Ze luistert regelmatig naar het weerbericht, doet de oefeningen die haar chiropractor haar voorschrijft en stopt de gaten in haar kleding. Marina is door een rugblessure voortijdig afgekeurd, maar geeft niet op. Ze gelooft in een happy end en zal dan ook klaarstaan wanneer het komt. Wanneer ze brood haalt, boodschappen doet en bloemen koopt, draagt ze altijd make-up, haar nagels zijn gelakt en ze loopt met haar kin omhoog. Ze stemt haar oorbellen af op haar kleding, haar tas op haar schoenen, haar glimlach op de blik van haar gesprekspartner. Nadat ze haar inkopen heeft gedaan, legt ze het fruit in een rieten mand, de bloemen in een vaas, waarna ze de groente wast en op een laag vuurtje laat pruttelen. Als ze haar gezondheid al op het spel zet, zegt ze, dan liever in de kroeg. Ze mist nooit de bijeenkomsten met haar oud-collega’s, eens per maand, tot in de kleine uurtjes. En vervolgens weer een uitgebalanceerd dieet, vroeg opstaan, dagelijkse wandelingen, pompoenolie. Ze is twaalf jaar ouder dan ik, maar je zou het haar niet geven. Marina heeft zich met haar kattenklauwen aan deze wereld vastgeklampt en is niet voornemens die binnenkort te verlaten. Of het nu mazzel is of pech, Marina geeft mij ook nog niet op, ze nodigt me altijd uit om met haar mee te gaan, of ze nu via Facebook kaarten voor het theater heeft gewonnen of voor een gratis bezoek aan de Romeinse kelders onder Belgrado. Ze gaat overal naartoe en komt altijd sterker thuis. Ze belt me altijd op om te vertellen hoe het was. Gisteren belde ze met de vraag of ik me een oude chanson kon herinneren die populair was toen we nog meisjes waren, en die ging over de stad en de golven. Ze wilde het lied opzoeken op het internet, maar wist de woorden niet meer. Het lag op het puntje van mijn tong, maar ik kon het me maar niet voor de geest halen… Dat maakte me een beetje verdrietig, meer nog om haar dan mezelf. 
    Marina is voor mij de reden om uit bed te komen, mijn tanden te poetsen, de telefoon op te nemen, want alles is makkelijker dan mezelf tegenover haar voor al die rommel en slordigheid te moeten excuseren. 
    Vorige maand vond ik achter de garage een dode hond. Als honden de dood voelen naderen, zonderen ze zich af. Ze verbergen zich voor mensen en brengen de laatste uren die hun op aarde resteren ver van nieuwsgierige ogen door. Deze hond was tussen de garage en de container weggekropen. Zijn kaken, samengeplakt door opgedroogd slijm, leken tijdens zijn laatste, krampachtige ademtocht te zijn versteend. Rond zijn peervormige hoofd zwermden vliegen en uit zijn neusgat staken groene vleugeltjes. Dat buiten beschouwing gelaten leek het alsof hij sliep. Ik haalde mijn telefoon uit mijn tas en nam een foto van de dode hond, ik zorgde ervoor dat niemand me zou zien. Marina zou later ontzet reageren en weigeren naar de foto te kijken, ze tuitte haar lippen als blijk van walging: ‘Ik weet niet wat je daar nu zo fascinerend aan vindt. Dieren kunnen, in tegenstelling tot mensen, nergens invloed op uitoefenen.’ ‘Mensen zijn ook dieren,’ was mijn antwoord. Dat was mijn manier om de redelijk rustige en precieze Marina te laten zien hoe sluw ik was. Ik zaai dan een klein beetje onrust in haar opgeruimde leven alsof ik haar daarmee, zonder dat ze het wist, voorbereidde op verrassingen die op de loer liggen. Van al wat nog komen gaat, weet Marina vooralsnog alleen dat ik mijn appartement verkocht heb en met vakantie ga. 
    Ik zit op de rand van mijn bed en kleed me aan. De nieuwe medicijnen maken me misselijk en draaierig. Ik heb geleerd te leven met een onzichtbare octopus die zich krampachtig om mijn middel klampt en zijn tentakels om mijn ledematen geslingerd houdt. Dat is mijn zware, tienjarige kind dat ik maar niet van me losgerukt krijg. Daarom wandel, slaap en denk ik met die ballast alsof het nooit anders is geweest. Maar er zijn inmiddels weer nieuwe dingen bijgekomen. De laatste tijd is mijn bloedsomloop wat verslechterd, dus draag ik twee paar sokken en handschoenen zonder vingers. Het kost me moeite om mijn trui aan te trekken. Mijn pyjamabroek trek ik als laatste uit. Als ik met mijn kont van het bed kom, vind ik op het dekbed een onaangename verrassing. Een natte, rode vlek. Als er op dit helse lichaam dat voortdurend verandert en verzwakt iets positief viel aan te merken, was het wel de menopauze. En nu, een paar maanden later, bloed ik weer. Mijn eigen organisme herprogrammeert me en laat me wennen aan onophoudelijke veranderingen. Het houdt me, kort gezegd, voor de gek. De ziekte van Hashimoto was altijd al een veeleisende gast, maar sinds vorige maand is mijn toestand achteruitgegaan. 
    Ik vind een overgebleven pak maandverband. Ik haal het uit de groene verpakking en plak het dunne vel in de katoenen, opgedragen onderbroek die ik uit een plastic zak met oude was heb gevist. Ik ben er niet het type naar om overbodige dingen te bewaren, ik ben geen hamster. Er zijn mensen die niets weggooien. Hun planken en vitrines liggen vol met spullen die stof vergaren, maar het is blijkbaar geen optie om ze van de hand te doen. Ik hoor daar niet bij. Ik verzamel niet, ik herinner me. Materiële herinneringen verstikken me, ze zijn veeleisend, nemen je ruimte en je alledaagsheid in, ze zijn zorgbehoevend, ze vervallen, hun einde brengt droefenis met zich mee. Mijn discipline is de herinnering en iedere dag ververs ik mijn collectie. Wellicht valt het me daarom nu niet zo zwaar om weg te gaan. 
    Een flink deel van mijn spullen heb ik al ingepakt en in een gehuurde opslagruimte gestald. Mijn laden en kasten zijn keurig leeg. Op tafel enkel nog een boek, een detective die mijn aandacht heeft weten te vangen, en mijn documenten. Mijn paspoort, medisch dossier, recepten voor mijn medicatie die ik op moet halen en een verklaring van de Sociale Dienst: 

Leeftijd: 53 
Geslacht: Vrouw
Burgerlijke staat: ongehuwd 
Kinderen: geen 
Ouders: overleden 
Opleiding: middelbare school, economisch profiel 
Werkstatus: werkloos 
Geregistreerde werkjaren: 8,2 
Jaren werkervaring: 32 
Besluit van de commissie: uitkering afgewezen 

Marina is een vervelende, achterdochtige geit. Ze vraagt wat ik de hele dag in mijn eentje uitspook. Ze praat zacht en gedecideerd, woord voor woord. We kennen elkaar lang en goed, ze moet doorhebben dat zich achter haar rug om iets belangrijks afspeelt. Ik durf haar niet de waarheid te vertellen, maar ik kan ook niet liegen. Ik wil haar gezicht niet zien wanneer ze beseft wat ik van plan ben, want ik vrees dat ze me niet zou begrijpen. Vaag antwoord ik: Ik moet nog wat laatste dingen wegwerken voordat ik op reis ga. Marina denkt dat ik deze vakantie heb geboekt om op zijn minst een deel in te halen van alles wat ik gedurende mijn leven ben misgelopen, en dat ik na drie weken als hernieuwd terugkeer, meer zoals zij, gemotiveerd en met een hervonden rust; dat ik in een klein appartement ga wonen dat ik van het resterende geld heb gekocht. 
    Ik ben niet meer bang voor pijn. Niets zou me zwaarder vallen dan wakker en machteloos in dit bed te moeten liggen, tegenover het platte tv-scherm, onder dit gebarsten plafond. Het gaat pijn doen wanneer ik door de bossen klauter, in de koude zee zwem, de tas op mijn rug draag en de stenen onder mijn zolen voel. Mijn opgeblazen buik gaat pijn doen en ook mijn longen, mijn rug en de tong in mijn mond, maar dat stelt allemaal niets voor, want het is maar tijdelijk. De natuur is voor mij een onontdekte planeet en ik wil er zo diep mogelijk in doordringen. Grotere wensen heb ik niet. 
    Mijn knobbeltje, mijn kleine stukje vrijheid. Indien het niet op het scherm van de scanner was verschenen en miljarden van zijn vraatzuchtige kinderen had aangekondigd, was ik misschien nooit uit deze oude woning weggegaan. Ik weet eigenlijk niet eens hoe lang het er al zit, het is jaren geleden sinds ik voor het laatst een uv-scan van mijn schildklier heb laten maken. Toen de klachten begonnen ging ik naar de dokter, omdat ik dacht dat ik van therapie moest veranderen, het zou immers niet de eerst keer zijn. Een afspraak voor een nieuw onderzoek dient een paar maanden van tevoren te worden gemaakt, waardoor ik een halfjaar in onwetendheid heb gezeten. Ik dacht dat mijn keelpijn door een virus kwam, Marina neemt namelijk altijd virussen uit de buitenwereld voor me mee. Tot ik kennismaakte met de nieuwe diagnose: anaplastisch schildkliercarcinoom. De arts vertelde me dat er veel tijd verloren was gegaan en dat we snel moesten reageren. En dat deed ik. 
    Ik geloof niet in god. Ik geloof in Marina en de donkere man op plastic slippers, die aan de ingang van het dorp Westerse bezoekers ontvangt. Zijn aanwezigheid geeft de garantie dat ze beschermd zijn tegen zakkenrollers en guerrillatroepen. Vervolgens begeleidt hij ze naar de lokale medicijnman, telt het geld en laat ze binnen in een lage, donkere ruimte met een aarden vloer. Ik geloof dat die man, dun en gevangen in zijn eigen dorp, weet hoe je aan een pistool moet komen. Hij zal proberen met mij over de prijs te onderhandelen en weet niet dat ik bereid ben alles te geven. Wanneer ik niet langer in staat zal zijn van het water en de regen te genieten, wanneer het me moeite begint kosten om zelfs mijn ogen nog te openen en een slok thee te nemen, wordt alles wat ik bezit van hem. 

Ik heb een gat in de dag geslapen. Soms ben ik zo moe dat ik een uur of twee wegdommel, soms wat langer. Toch hou ik me nog altijd aan de stelregel dat nachtrust het belangrijkst is, maar dat ik eerst moet douchen, schoon ondergoed aantrekken en mijn tanden poetsen. Ik ga pas naar bed wanneer ik zie dat het licht in Marina’s slaapkamer uit is. De lucht ruikt naar regen. Golven zullen deze stad overstromen, de tekst schiet me weer te binnen, en brengen me terug naar dromenland. Ik zal het Marina als het licht wordt wel laten weten.

More by Pavle Trkulja

24

Deze tekst bestaat uit hoofdstuk 17 en 18 van 24, uitgegeven door Partizanska knjiga in 2018. 22.12.2014 Diario de Vida  Het onwerkelijke karakter van Plaza de España wordt veroorzaakt doordat deze de grandeur weerspiegelt van een vroegere beschaving die in de moderne tijd zijn betekenis heeft verloren. Wat moet een koloniale grootmacht met zo’n groot plein, pompeus gerangschikt op verschillende Spaanse provincies en ingericht voor ceremonies uit het verleden? Koetsen reden rondjes om de fontein, een goedkope manier voor toeristen om zich even van adel te wanen. Gelukkig zijn er hier tenmin...
Translated from SR to NL by Pavle Trkulja
Written in SR by Marija Pavlović

Vogels vliegen niet over buitenwijken

Deze tekst is afkomstig uit de verhalenbundel Skorosmrtnica, uitgegeven door Geo poetika in 2021. Uit de cyclus ‘Vogels vliegen niet over buitenwijken’ Ieder cultureel centrum in iedere kleinere plaats is veranderd in een winkel waar op de stoep drie of vier mannen in Adibas-slippers aan hun pilsjes lurken. De een zegt politici zijn eikels, de ander gooit er een scheldwoord doorheen, de derde spuugt en de vierde, als die er al is, drukt zachtjes tegen het plaatstalen uiteinde van wat ooit een dakgoot was. Jovan Vokanović, de enige zoon uit een groot huishouden in Demirovac, bijna universita...
Translated from SR to NL by Pavle Trkulja
Written in SR by Ana Marija Grbic

Ik was het nooit, Maar ben het nu wel. Gevoelig voor elke Weersverandering.

De wind blies de sneeuw eerst, aan de ene kant van het kanaal, in je gezicht, en dan, nadat je de brug over was gegaan, in de rug, wat het hele proces ietwat aangenamer maakte. Als je in die richting liep, kon je het landschap makkelijker bekijken, zonder je ogen toe te hoeven knijpen. Het kanaal was nog niet helemaal bevroren, maar over een paar dagen wel. Dat was zo goed als zeker. Eerst leek het wel gezichtsbedrog, maar algauw werd duidelijk dat een zwaan zich door de halfbevroren oppervlakte probeerde te worstelen, in het midden van het kanaal.      Hij laat al ploeterend een spoor achter,...
Translated from SR to NL by Pavle Trkulja
Written in SR by Marija Pavlović

De viltstift

Eerst zit Robert alleen op de bank, links van de vlek die Sven er een paar maanden geleden met een rode viltstift op heeft gemaakt. Hij vraagt me hoe het gaat, of de apotheken en de winkels open zijn, of ik alles heb wat ik nodig heb, of ik weet wat ik moet doen als er iets gebeurt. Het gaat goed, ze zijn open, ja dat heb ik ja, ik heb alles, er gaat niets gebeuren. Elke dag vraagt hij me hetzelfde, elke dag geef ik hem dezelfde antwoorden. Er valt hier na vijf uur ’s middags niets meer te beleven. Het hele punt van een lockdown is dat er niets gebeurt, wil ik eraan toevoegen, maar ik weet dat...
Translated from SR to NL by Pavle Trkulja
Written in SR by Jasna Dimitrijević
More in NL

Dagboek

21 augustus  Mijn naam is Erik Tlomm en dit is mijn dagboek. Het schrijven is me aanbevolen door mijn psychiater, blijkbaar om het herstel te bevorderen. Maar tot wie moet ik me eigenlijk richten? Tot hem? Tot mijn vrouw Lina? Hij zal mijn notities toch niet aan haar laten zien? Op mijn twijfels reageerde hij met: ‘Richt u maar tot uzelf.’ Ik heb dus een lederen notitieblokje gekocht en heb me achter mijn bureau gezet om een dagboek te schrijven, maar ik kan me niet onttrekken aan het vreemde gevoel dat ik nog voor iemand anders schrijf – maar voor wie dan?  22 augustus  Laat me mijn eerste d...
Translated from SL to NL by Staša Pavlović
Written in SL by Mirt Komel

Tijd is een cirkel

Tegen de dageraad droomde hij van een moord die was begaan onder een amandelboom en van vier loterijlotjes, allemaal nieten. Het was zondag.     De jonge arts huilde in zijn slaap en werd wakker met betraande wangen en omarmd door een purperen droefheid. Hij at met lange tanden, trok rouwkleding aan en wachtte op het telefoontje waarin hem zou worden bevestigd wie in de loop van de nacht was overleden.     Zijn grootvader was ergens in het begin van de twintigste eeuw geboren, in een wereld zo ver verwijderd dat er nauwelijks foto’s van zijn bewaard.      Zijn grootvaders vader had al voor de ...
Translated from RO to NL by Jan Willem Bos
Written in RO by Andrei Crăciun

We hebben altijd in dit dorp gewoond

We zijn verveld. Dat zeg ik tegen mezelf in de spiegeling van het water dat in de trog staat. Er zijn geen koeien meer in het dorp, dus deze drenkbak is van ons, zoals bijna alles om ons heen. Van ons en van niemand. Nagelaten aan wie blijft en zich verzet. Mijn dochter, die stukjes dode bladeren en modder in haar haren heeft, klampt zich aan mijn lichaam vast als een klein dier. De kinderwagen hebben we al lang niet meer gebruikt omdat dat geen doen is op de stenen paden en mijn spieren hebben zich aangepast aan haar, aan haar gewicht en vorm, en hebben nieuwe, atletische, ondenkbare vormen a...
Translated from ES to NL by Joep Harmsen
Written in ES by Aixa De la Cruz Regúlez

Verboden de apen te voederen

Luz stond al meer dan een halfuur in de zon te wachten. Af en toe liep ze  over de stoep heen en weer om de stijfheid in haar benen te verdrijven en  minder last te hebben van haar zware buik. Haar ogen gleden razendsnel  over het drukke autoverkeer in de laan, vooral wanneer er ergens een op  trekkende motor klonk. Maar nee, niets.  Ze besloot beschutting tegen de hitte te zoeken onder het afdak van  het gebouw. Op dat moment kwam er een kleine rode auto achter een bus  vandaan gezigzagd. Luz zag hoe Jaime vol op de rem trapte en een paar keer  toeterde, alsof hij al een hele tijd op haar sto...
Translated from ES to NL by Heleen Oomen
Written in ES by Roberto Osa

Frankly, my dear, I don’t give a damn.

Marek gooit me op bed en er lijkt iets door hem heen te schieten wat bij mij in combinatie met hoe hij me vasthoudt een volledig verlies van oriëntatie veroorzaakt, alsof ons bed plots een lawine is waarin hij me begraaft, en ik ben vergeten waar boven is en waar onder. Alles bij elkaar duurt het amper een seconde, zijn druk op mij en hoe hij kijkt, het volgende ogenblik vist hij me alweer uit de lawine en hoewel ik in horizontale positie blijf, is het haast verdacht duidelijk waar boven is en waar onder. En pas nu komt het binnen bij me, nu dringt het tot me door, maar ergens toch ook maar ha...
Translated from CZ to NL by Annette Manni
Written in CZ by Lucie Faulerová

Morgen

Op haar rug tussen de zachte lakens probeerde Carlota starend naar een onzichtbaar punt op het plafond van haar slaapkamer verwoed haar ademhaling, die met horten en stoten ging sinds ze wakker was geschoten uit haar onrustige droom, weer onder controle te krijgen. Ze was al vergeten waar die droom eigenlijk over ging, ze herinnerde zich alleen nog het wanhopige gevoel dat haar gewekt had. En dat ze, nadat ze midden in de nacht uit haar slaap was gerukt, op alle manieren die ze kende en haar te binnen schoten geprobeerd had haar hartslag weer normaal te krijgen, tot op dat moment zonder succes...
Translated from PT to NL by Finne Anthonissen
Written in PT by Patrícia Patriarca