we waren in de gokhal op de hoek we hadden niet veel geld we hadden maar vier euro de helft zetten we in op roulette en verloren we weer we gingen naar buiten rookten en zetten de andere helft op betis rayo ze gaan allebei scoren we gingen naar binnen en keken naar een scherm een stel windhonden rende achter een haas aan maar de haas was nep misschien wisten de windhonden het niet misschien deden ze alleen alsof ze het niet wisten zonder het te merken wonnen we de weddenschap we gebruikten het geld voor de roulette we verdubbelden het gingen de straat op liepen een winkel binnen in de koelkast stond een fles nestea aan de buitenkant gleed een druppel naar beneden aan de binnenkant zaten allemaal kleine kristallen door de kou een druppel zweet liep langs de binnenkant van ons T-shirt over onze rug alle druppels (die van de nestea die op onze rug) verdwenen tegelijkertijd maar we merkten het niet toen we buiten kwamen kochten we zakjes van vijf we verstopten ze in onze sokken gingen op de stoeprand zitten de steentjes prikten in onze dijen in het haar op onze dijen we telden we hadden nog geld over we zeiden wat gaan we doen gasten we dachten na haalden de zakjes van vijf uit onze sokken verstopten ze in een struik we zeiden ik heb zin in een potje tekken ik heb zin in een potje fifa ik heb zin in een potje age de politie kwam ze zeiden maak jullie zakken leeg we zeiden nee meneer agent we hebben niks ze vertrokken weer we haalden de zakjes van vijf uit de struik maakten ze op en gooiden ze weg de laatste lichtstraal van de dag deed er acht minuten over om de aarde te bereiken vanaf de zon en toen was het donker we zeiden kom we gaan naar de kermis we gaan in de botsauto’s we zeiden kom we gaan het is al zo lang geleden we dachten dat als we er altijd zouden zijn dat we het niet meer zo leuk zouden vinden we dachten verlangen is als een plant je moet weten hoeveel water je moet geven we kochten munten we gingen in de botsauto’s keken omhoog naar de neonlichten we praatten maar de muziek stond zo hard dat we onze stemmen niet hoorden en ook niet de stemmen in ons hoofd die zeiden geluk is als de dood je moet het kunnen accepteren we telden we waren blut we hadden honger en we hadden dorst en we moesten nog naar huis lopen we liepen met onze handen in onze zakken iemand zei het beste moment van de dag was toen we het wedje wonnen en iemand zei het beste moment van de dag was toen ik me niet eenzaam voelde en iemand zei het beste moment van de dag was toen de agenten weer vertrokken en iemand zei het beste moment van de dag was toen iemand vroeg hoe laat spreken we vandaag af
[…]
toen je vader doodging hadden we elkaar jaren niet gezien maar ik nam twee vliegtuigen en daarna een taxi om je op te zoeken in een andere stad dan waar we samen waren opgegroeid sommige straten deden me aan andere denken net als de gebouwen en de bankjes in het park ik vroeg niet waar je vader aan was doodgegaan iets met zijn hart volgens mij ik vroeg ook niet naar zijn leeftijd maar hij was nog geen zestig daarna zagen we je hond die zestien was en nog steeds leefde ook al was hij blind en plaste hij in huis maar dat was niks nieuws want hij plaste altijd al in huis toen kwam de rest aan en na zoveel jaar waren we allemaal samen en we gingen naar een feestje en ik kon wel huilen hoewel het niet mijn vader was die dood was maar het leek me zonde om te huilen omdat we allemaal samen waren en ik twee vliegtuigen en een taxi had genomen en voordat ik ging slapen dronk ik vier glazen water en daarna schonk ik nog een glas in maar ik kreeg het niet op en liet het op het nachtkastje staan
[…]
ik streek met mijn vingertoppen over het sierpleister in mijn kamer ik dacht: ik wou dat de muren glad waren dat ze pas geverfd waren ik dacht: vanavond huil ik mezelf in slaap ik dacht eraan om het balkon op te gaan en dat deed ik en ik zag een bakstenen gebouw precies zoals het mijne wat zijn bakstenen toch mooi ze gaan langer mee dan gewone stenen en mensenvlees en ik zag antennes en airconditioners en ik zag planten en andere mensen op hun balkon en ik zag een jongen aanbellen bij een intercom en ik zag een andere jongen naar de hal komen en ik zag hoe ze elkaar de hand schudden en hallo zeiden en ik zag een jongen midden op straat lopen met een tatoeage van zidane op zijn linkerdij en ik groette hem niet maar kende hem wel en ik zag nog een andere jongen midden op straat skateboarden en toen ik hem groette keek hij met samengeknepen ogen omhoog en toen hij me zag deed hij ze helemaal open en hij deed ook zijn mond open om naar me te lachen en daarna skateboardde hij de straat uit en toen hij de straat uit was zag ik het pand op de hoek en spotte een bordje ter overname ik herinnerde me dat het vroeger een kapsalon was en daarvoor een videotheek en daarvoor verkocht een vrouw er brood en daarvoor weet ik het niet want toen was ik nog niet geboren en toen de zon onderging veranderden de kleuren ze werden moeilijk uit te leggen zoals wanneer je de naam van een boom wil zeggen maar geen namen van bomen kent zoals wanneer je de naam van een bloem wil zeggen maar geen namen van bloemen kent het maakt niet uit dat je ze niet kent het is meer dan genoeg dat je zeker weet dat ze er nog heel lang zullen zijn zoals de bakstenen en toen de zon verdwenen was ging ik naar iemands huis omdat zijn ouders op vakantie waren en omdat het maar een paar straten van mijn huis was maar in een ander bakstenen gebouw precies zoals het mijne we speelden pes 6 we speelden 2 uur inter chelsea en 3 uur barsa milan toen downloadden we muziek via torrent en luisterden liedjes op youtube toen keek ik naar een poster van al pacino in scarface en wou dat hij aan de muur van mijn slaapkamer hing maar ik vond het ook leuk dat hij bij iemand anders hing zodat ik hem kon zien als ik langskwam daarna liep ik terug naar huis en dacht: ik zou liever de bus nemen maar ik was blut en ik dacht: ik zou wel eens in een bus willen stappen zonder te weten waar ik uitstap en dan onderweg jongens zich zien optrekken aan stangen en hun spieren heel even zien aanspannen terwijl de bus door de straten rijdt en dat zat ik te denken maar ik had geen geld meer en het was nacht en thuis zette ik de tv aan maar er was niks leuks op en ik dacht: ik weet dat er meer is in deze wereld dan wat ik heb gezien voorbij het pand op de hoek voorbij de huizen van mijn vrienden voorbij waar een bus je kan afzetten voorbij de gebouwen en de fabrieken voorbij de braakliggende stukken grond ik weet dat er meer is veel meer ik weet dat er andere werelden zijn ik weet dat ik die nooit zal kennen ik weet dat ik voor alles bang ben ik weet hoe de gangen van mijn huis eruitzien daarom doe ik het licht niet aan en ga ik in het donker naar bed ik weet dat ik me verdrietiger voel als ik alleen ben omdat ik weet dat je in het bijzijn van anderen niet verdrietig mag kijken dat weet ik allemaal net zoals ik weet dat het verdriet dat tussen mijn keel en mijn buik zit jaren en jaren zal blijven bestaan het zal langer bestaan dan de bakstenen die gemaakt zijn om langer te bestaan dan mensen want wanneer ik doodga wordt mijn verdriet een energie die zich door de wereld kan bewegen een energie die op en neer en vooruit en achteruit kan gaan die zich in de borstkas van elke jongen waar dan ook ter wereld kan nestelen en wanneer het leven op aarde ophoudt en er geen enkel teken van leven meer is zal die kracht zich door het oneindige universum bewegen om te bewijzen dat hij misschien niet noodzakelijk maar wel onvermijdelijk was
[…]
op het strand legden we onze handdoeken bij elkaar maar jullie gingen apart liggen geloof me ik vond het niet erg je legde je hoofd op haar benen en ze kuste jouw mond met haar mond van die afstand moeten neusgaten er reusachtig uitzien je moet alle vlekjes en haartjes kunnen zien die alleen van dichtbij opvallen ze ging met haar vingers door je haar alsof ze in het zand aan het graven was geloof me ik vond het niet erg toen de rest ging zwemmen en ik op mijn handdoek bleef liggen vermaakte ik me wel ik keek naar de lucht en zag oranje wolken ik dacht: hopelijk gaat het regenen ik keek naar de zee en hoorde de meeuwen krijsen ik keek naar het zand en liet mijn vingers erdoorheen glijden alsof het je haar was ik vond stukjes geslepen glas en lichtrode schelpen ik was graag gaan zwemmen maar ze waren al zo ver weg geloof me ik vond het niet erg ik kan toch niet zo goed zwemmen toen de anderen terugkwamen lette ik niet op wat ze zeiden (we zijn net als de planten die hier tussen het zand groeien) (het draait allemaal om voortplanting) (om overleven) (wat moeilijk te begrijpen is als je nog geen seks hebt gehad) (als je het belang van speeksel niet begrijpt) ’s nachts voelde ik mijn lichaam branden ik zei bij mezelf: ik zal de hele zomer alleen zijn en in september zoek ik werk in het buitenland toen jullie naar bed gingen stelde ik me jullie samen voor jullie lichamen waren vast ook heet van de zon ik stelde me voor dat ze met haar open mond de jouwe kuste ik bedacht dat niemand anders zou horen wat jullie tegen elkaar zeiden en dat de haartjes en vlekjes in het donker niet te zien zouden zijn en dat niemand zou merken dat jouw wimpers langer zijn dan de hare ik bedacht ook dat ik beter zou willen kunnen zwemmen en niet meer zou willen voelen hoe mijn hart soms overwoekerd wordt door een vreemde schimmel zoals bij de laatste sinaasappel in de fruitschaal
[…]
op een dag zei iemand als ik nou eens deze klei neem en er een baksteen van maak en nog een en nog een en ze dan samenvoeg tot een huis daarna kwam al het andere: gebouwen steden steden rondom die steden in de gebouwen van die steden rondom die steden wonen mensen die dag in dag uit naar de patio gaan en hun was net zo zorgvuldig ophangen als hun moeder vroeger ze kijken naar de lucht en denken laat de wolken maar komen laat de regen maar komen en al het vuil wegspoelen de lagen verf op de muren de dagenlang in de zon gedroogde hondenpoep de bomen en de takken de auto’s en de motorfietsen van die regen die maar blijft vallen en de straten in rivieren verandert die stukje bij beetje een voor een de gebouwen meter voor meter het asfalt wegspoelt een regen die een einde maakt aan de hitte en wanneer hij een einde heeft gemaakt aan de hitte en aan de gebouwen de auto’s de bomen de motorfietsen en de straatlantaarns dan begint een zachtere regen en we lopen bloot naar buiten en kijken met open armen en een stijve penis naar de lucht een regen die onze huid voor altijd reinigt dat zou onze droom zijn: een lege wereld een wereld die je geen pijn meer kan doen hoewel als je erover nadenkt deze wereld dat eigenlijk ook niet kan maar deze wereld die begon met een baksteen heeft je wel de kans ontnomen om schoonheid te vinden daarom hebben we in deze wereld vol mooie dingen die we niet kunnen vinden onze toevlucht moeten nemen tot al het slechte en zieke en daarom moeten we nu schoonheid vinden op plekken waar niemand die eerder heeft gezien