‘De hele wereld is vol met dingen en het is heus nodig dat iemand die zoekt. En dat is nu juist wat een dingenzoeker doet.’
Pippi Langkous, Astrid Lindgren
(Nederlandse vertaling door Lisbeth Borgesius-Wildschut)
“En zo ging Dorothy op pad. […] Er waren verschillende wegen in de buurt, maar het duurde niet lang voor ze er een had gevonden die was geplaveid met gele klinkers. Binnen de kortste keren liep ze kordaat naar de Smaragden Stad toe, haar zilveren schoenen vrolijk rinkelend op de harde, gele baan. De zon scheen helder en de vogels zongen zoet. Dorothy voelde zich niet half zo slecht als je zou verwachten van een klein meisje dat plots uit haar vertrouwde omgeving was weggerukt en neergeplant in een vreemd land.”
De Tovenaar van Oz, Lyman Frank Baum
(Nederlandse vertaling door Ernst van Altena)
Gele klinkers
Over het mistige verleden en de onduidelijke toekomst van één van de architecturale symbolen van Sofia
Enkele jaren geleden kwam een vriendin uit Hongarije me opzoeken in Sofia. Tijdens de obligate wandeling langs de typische toeristische trekpleisters kwamen we op het plein Narodno sobranie terecht, maar Agnes stond, in plaats van naar de vele belangrijke gebouwen in de buurt, naar de straatstenen te staren. Met de rode schoenen die ze per toeval droeg leek ze als twee druppels water op Dorothy uit Oz, behalve dan dat ze niet uit Kansas, maar uit Boedapest op het gele plaveisel was terechtgekomen. Ik legde haar uit dat hoewel ze één van de meest herkenbare symbolen van Sofia zijn, de klinkers eigenlijk uit haar geboorteplaats komen, en Agnes grapte dat het vast daarom was dat ze zich hier zo thuis voelde. Toen ze me vroeg hoe de straatstenen in de stad terecht waren gekomen, vertelde ik dat ze volgens het populaire verhaal voor het eerst in de jonge Bulgaarse hoofdstad verschenen aan het begin van de twintigste eeuw: als cadeau van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk voor het huwelijk van Ferdinand.
Behalve in de centrale straten van Sofia lijken de gele klinkers ook op een meer abstract niveau een onzichtbare grens te vormen – aan de ene kant hebben ze een zuiver utilitaire functie als plaveisel, aan de andere kant is er hun sentimentele waarde als toeristische attractie en historisch symbool van Sofia.
De periode waarin de centrale straten van de hoofdstad bedekt werden met gele klinkers (1907-1908) viel samen met het verschijnen van een hele reeks emblematische gebouwen in Sofia: het Nationaal Theater (1906), de Militaire Club (1907), de Hallen (1911), het Centrale Badhuis (1913), en de Alexander Nevski-kathedraal (1904-1912)(1). Maar in tegenstelling tot de geschiedenis van de gebouwen, die goed gekend en gedocumenteerd is, is die van de klinkers eerder vaag. Pas in 1960 maakt men hun buitenlandse herkomst publiek. Volgens de archieven die de website van de gemeente citeert, “worden de gele keramische klinkers gemaakt van de kalksteen mergel, in Hongarije bekend onder de naam marga, die wordt gevonden in de buurt van Boedapest. De gedolven mergel wordt vermalen tot poeder, gevormd en vervolgens gebakken in speciale ovens bij een temperatuur van 1300 graden Celsius. In Hongarije probeerde men om grondstoffen van andere plaatsen te gebruiken, maar zonder resultaat.”
Het tot op vandaag populair gebleven verhaal van het huwelijkscadeau blijkt onbetrouwbaar – het dankt zijn populariteit eerder aan zijn romantische aantrekkingskracht en aan de eindeloze herhaling dan aan zijn waarheidsgehalte. Nog volgens de site van de gemeente “was het plaatsen van de keramische klinkers geen hartelijk geschenk ter gelegenheid van het huwelijk van prins Ferdinand met Maria Louisa, die op dat moment (1907) al niet meer onder de levenden was, het was geen frivoliteit, maar een uiting van de gemeentelijke politiek, gesteund vanuit de staat in een periode waarin het jonge Bulgarije in volle groei was”. Met andere woorden, de kostbare gele klinkers werden besteld, getransporteerd, geïmporteerd, geplaatst – en betaald (met behulp van een aanzienlijke lening)! – door het stadsbestuur van Sofia.
Een ander essentieel verschil tussen het gele plaveisel en de architecturale sites uit die periode is de quasi totale afwezigheid van de klinkers op de souvenirmarkt. Terwijl toeristen in Sofia (en ook daarbuiten (2)) overspoeld worden door T-shirts, ansichtkaarten, kalenders en miniaturen met de overal aanwezige afbeelding van de Alexander Nevski-kathedraal, zijn de gele klinkers maar heel af en toe aanwezig, als een detail waar je niet omheen kan.
Dit komt natuurlijk voor een deel door hun praktisch nut – met haar gouden koepels is de kerk natuurlijk een dankbaarder onderwerp souvenirinterpretaties dan straatstenen, hoe indrukwekkend ook. En toch is er potentieel voor dergelijke interpretaties, daarvan getuigen de replica’s van de tegels naar ontwerp van Gaudi in Barcelona, en allerhande souvenirs versierd met het specifieke bloemenmotief van de trottoirs in Bilbao.
Hoewel ik mezelf niet als een groot patriot beschouw, zijn de gele klinkers voor mij een symbool geworden voor de sterke band die ik heb met mijn geboortestad. Elke keer als ik eroverheen loop, vooral als ik er lang niet ben geweest, komt als vanzelf de zin in m’n hoofd die Dorothy uit De Tovenaar van Oz steeds herhaalt, als een spreuk die haar terug thuis brengt: er is geen plaats zoals thuis. Daarom ook dat het steeds kleiner wordende stukje stadscentrum dat bedekt is met de gele stenen, in combinatie met het vooruitzicht dat ze ooit volledig uit Sofia zullen verdwijnen, me behoorlijk deprimeert. Maar toch vind ik enigszins troost in het idee dat ze waarschijnlijk nog lang op minstens enkele plaatsen in de wereld zullen blijven liggen.
Eén zo’n plek vond ik toen ik op mijn beurt Agnes bezocht in Boedapest. Terwijl we doelloos door de stad liepen, kwamen we in een doodlopend straatje in Boeda terecht. Aanvankelijk bekroop me een vreemd gevoel van gezelligheid, en ik dacht dat ik een soort onverklaarbaar déjà-vu beleefde, maar het volgende moment merkte ik dat de straat bedekt was met gele keramische klinkers, weliswaar licht verwaarloosd en versleten, maar verder absoluut identiek aan die in Sofia. Jaren later kwam ik de gele klinkers opnieuw tegen op een klein pleintje in Belgrado. Anders dan in Sofia echter, waar de klinkers in één richting zijn gerangschikt, waren deze in een complexer dambordpatroon geordend. Hoe dan ook, hun aanblik was genoeg om de lichte vlaag van nostalgie die ik die dag naar Sofia voelde te verjagen en de sombere hemel boven Belgrado iets gastvrijer te laten lijken.
En zo blijkt dat er ook andere plaatsen (bijna) zoals thuis zijn.
Tsholam
Over trage laarzen en de geluksindex in Bhutan
Als je op internet naar afbeeldingen zoekt met de zoektermen Bhutan en schoenen, krijg je twee types resultaten. De eerste zijn sportieve stapschoenen – stevig, robuust, met goede grip, donker van kleur, lelijk, maar ook super praktisch. Deze worden geadviseerd aan de liefhebbers die de steile hellingen van de Himalaya willen beklimmen zonder het risico te lopen hun enkel te verstuiken.
Het tweede type resultaten zijn precies het tegengestelde – extreem versierde en kleurrijke kniehoge laarzen, die louter decoratief lijken en bijna net zo ver verwijderd zijn van de praktische wandelschoen als het Himalayakoninkrijk Bhutan van de Balkanrepubliek Bulgarije.
De laarzen, bekend als Tsholam, zijn misschien wel het meest aantrekkelijke deel van de Bhutaanse mannelijke nationale klederdracht. Daarnaast bestaat die ook nog uit een knielang gewaad met lange mouwen, dat de inwoners van Bhutan verplicht zijn te dragen wanneer ze zich in het openbaar begeven. In tegenstelling tot het kleed echter, worden de laarzen enkel gedragen voor speciale ceremonies – in het dagelijkse leven worden ze vervangen door teleurstellend alledaagse zwarte herenschoenen of witte sneakers. Zij lijken buiten het bereik van de overheidsregulering te liggen die bedoeld is om de nationale identiteit van Bhutan te beschermen – zowel tegen de druk om te moderniseren vanuit het Westen als tegen de invloed van India en China, de gigantische buren van het kleine koninkrijk in de Himalaya.
De laarzen worden nog steeds volledig op maat gemaakt, en enkel op bestelling. De schoenmaker in Timphu, de hoofdstad van Bhutan, die de mijne maakte, was zichtbaar verbijsterd over het feit dat een vrouw mannenlaarzen bestelde, maar hij gedroeg zich toch volledig professioneel – bij tekende mijn voet over op een stuk karton en mat de afstand tussen mijn enkel en mijn knie. Daarna haalde hij lapjes satijnen stof met motieven en borduursels tevoorschijn, waaruit ik een keuze maakte, terwijl de lokale klanten goedkeurend knikten.
Het eindresultaat was letterlijk duizelingwekkend, en bevatte kleurrijke draken geborduurd op feloranje gebrocheerde zijde, omringd door versieringen met bloemmotief.
Tussen de verschillende stukjes stof zitten grasgroene en oranje biezen en de randen zijn besprenkeld met cyclamijnroze en turkooisblauw. De eenkleurige en op het eerste zicht eenvoudige delen onthullen bij nadere inspectie ook bijkomende details – het bovenste eenkleurige deel is van turkooisblauw satijn met geborduurde draken, en het onderste witte deel heeft een reliëf met florale motieven. Zelfs de bruine ornamenten op de teen en hiel zijn gestikt met rood garen.
Elk afzonderlijk detail overstijgt de traditionele begrippen over het combineren van kleuren, maar in hun geheel slagen ze er op een of andere manier in om iets helemaal geweldigs, bijna psychedelisch te creëren. “De laarzen zijn absoluut ondraagbaar, maar verder passen ze overal bij,” constateerde mijn vriendin terecht, wanneer ze hen in Sofia te zien kreeg. En tot op de dag van vandaag heb ik ze nog geen enkele keer gedragen – niet enkel bij gebrek aan passende gelegenheid, maar vooral omdat ze me te groot zijn. Een nogal teleurstellend feit, overwegende dat dit de enige schoenen zijn die ik bezit die speciaal op maat zijn gemaakt voor mijn voeten.
Wat ik niet wist toen ik koos hoe ze eruit moesten zien, is dat de kleur en de motieven op de laarzen worden ontleend aan het beroep en de sociale status van hun eigenaar. Terwijl het bovenste deel gewoonlijk is gemaakt van zwarte of blauwe zijde, onthult het onderste deel diens hiërarchische rang – geel is voorbehouden aan Zijne Majesteit de Koning van Bhutan en voor de hoogste religieuze leider van het land, oranje voor ministers, rood voor officieren verheven tot de ridderorde en voor rechters, en groen voor gewone burgers.
Naast zijn complexe en anachronistische politieke structuur is Bhutan overal ter wereld bekend vanwege de inspanningen die het land leverde om niet alleen zijn Bruto Nationaal Product (BNP) te laten groeien, maar ook zijn Bruto Nationaal Geluk (BNG). Dit laatste is helemaal geen abstract boeddhistisch idee, maar een leidend principe dat een serie concrete overheidsmaatregelen en staatsinstellingen aanstuurt die zich inzetten voor het welzijn van de Bhutaanse bevolking buiten de strikt economische indicatoren. Geïnitieerd door de vorige monarch, wordt dit beleid voortgezet door zijn zoon en troonopvolger, de huidige koning van Bhutan.
Na zijn kroning in 2008 werd de 28-jarige koning van Bhutan, Jigme Hesar Namgyal Wangchuk, het jongste staatshoofd ter wereld (dat bleef hij tot 2011, toen Kim Jong-un Noord-Korea overnam). Tijdens de kroningsceremonie droeg de troonopvolger natuurlijk de traditionele Bhutaanse laarzen. Deze keer werden ze echter niet gemaakt door een lokale schoenmaker, maar door het luxueuze Italiaanse merk Salvatore Ferragamo, waarvan de oorsprong teruggaat op tot de jaren 20 van de vorige eeuw, toen Salvatore Ferragamo zelf een favoriete schoenenontwerper van Hollywoodsterren was.
Op die manier maakte Ferragamo in 1938 zijn misschien wel beroemdste schoenmodel, Rainbow genaamd – bijzonder psychedelische sandalen op hoge plateauzolen in de kleuren van de regenboog – speciaal voor Judy Garland, die toen net The Wizard Of Oz aan het filmen was. (En het verband met het speciaal voor de film geschreven nummer Over The Rainbow is niet toevallig.) In de film draagt Garlands personage Dorothy echter niet de sandalen in kwestie, maar een paar robijnrode, met pailletten bedekte muiltjes (3). Aan het eind tikt ze de hakken tegen elkaar en herhaalt drie keer de spreuk er is geen plaats zoals thuis om het land van Oz te verlaten en naar huis terug te keren.
Hoewel ik op een veel prozaïscher manier naar Sofia terugreisde – via een reeks vliegreizen – had ik na mijn terugkeer uit Bhutan nog lang het gevoel dat ik op een plek was geweest die net zo geweldig was als het Land van Oz zelf. En in mijn koffer had ik, in plaats van de rode muiltjes van de Boze Heks van het Oosten, de kleurrijke Bhutaanse laarzen — ook wel van daar.
1.
Volgens de wereldse dame Sultana Ratsjo Petrova, die in 1885 vanuit Tulcea naar Sofia kwam, “waren er geen straten, enkel enorme gaten en veel stof, dat in modder veranderde wanneer het regende en elke verplaatsing onmogelijk maakte”. In enkele decennia echter, dankzij Oostenrijks-Hongaarse, Franse en in West-Europa opgeleide Bulgaarse architecten, veranderde Sofia “van een typische oriëntaalse nederzetting in een stad met de ambitie om een uitstraling van Europese dimensies te hebben”.
2.
Enkele jaren geleden stootte ik al grasduinend in een antiekzaak in de ietwat achtergebleven Amerikaanse staat Iowa tot mijn grote verbazing op een ingelijste prent met de beeltenis van de Alexander Nevski-kathedraal. In Sofia zou ik zo’n prent hebben laten liggen als totaal oninteressante toeristische kitsch, maar op 9000 km van huis werd ik er onverwacht zo sterk door ontroerd dat ik me er nauwelijks van kon weerhouden het te kopen. De wereld is inderdaad groot, maar gelukkig ligt onze thuis overal op de loer.
3.
Vreemd genoeg zijn de schoenen die Dorothy in De Tovenaar van Oz erft van de Heks uit het Oosten eigenlijk zilverkleurig, en niet rood. In de film werd hun kleur veranderd naar robijnrood om de spectaculaire mogelijkheden van de toen nieuwe kleurtechnologie ‘technicolor’ in de verf te zetten. Deze speciaal voor de film ontworpen rode schoenen kregen vervolgens een iconische status, en werden uitzonderlijk waardevolle verzamelobjecten.